Van ongezond naar gezond hard werken

Het woord “workaholic” is al aardig opgenomen in onze Nederlandse taal. Voor velen is het slechts een schertsende benaming voor een persoon die zijn of haar werk wel erg serieus neemt en veel te veel werkt. Hoe onschuldig de drang om hard te werken ook op het eerste gezicht mag lijken, het kan verregaande consequenties hebben. Als u zich herkent in dit nieuwsbericht én u wilt een bijdrage leveren aan het onderzoek; neem dan gerust contact met de schrijfster van dit bericht. Haar gegevens treft u onder aan het nieuwsbericht.

Workaholic
De workaholic stopt al zijn tijd en energie in het werk en voelt zich schuldig wanneer hij niet aan het werk is. De workaholic doet dan ook veel meer dan van hem verwacht wordt en is constant in gedachten bezig met zijn werk (Taris & Schaufeli, 2003, 2007). Kortom, de balans tussen werk en privé is helemaal zoek Het gevolg is dat relaties met familie en vrienden worden verwaarloosd. En doordat het sociale netwerk van een workaholic steeds meer uitdunt, wordt de workaholic op den duur nog afhankelijker van zijn werk. Ook de gezondheid van de workaholic lijdt op termijn onder het extreme werkgedrag (Burke 2000). De workaholic gunt zichzelf onvoldoende tijd om bij te komen van inspannende activiteiten op het werk. Hij neemt bijvoorbeeld niet zo nu en dan even vrij. Vanwege dit slopende werkpatroon loopt een workaholic een groot risico om lichamelijk en emotioneel uitgeput te raken. 

Mentale regels en stemming
Wat drijft een workaholic om zo dwangmatig met zijn of haar werk bezig te zijn?
Hoewel er al decennialang onderzoek naar workaholisme is gedaan, is er nog weinig bekend over de oorzaak en instandhouding van werkverslaving. Onderzoek binnen de klinische psychologie naar andere persisterende (d.w.z. aanhoudende) gedragingen duidt aan dat het zogeheten Mood As Input (MAI) model wellicht een verklaring kan bieden voor de dwangmatige werkhouding van workaholics (Martin et al 1993).
Het MAI model gaat er vanuit dat mensen doorgaans bepaalde mentale regels hanteren bij het uitvoeren van taken zonder duidelijk einddoel. Zo kunnen mensen bijvoorbeeld een ‘plezier hebben in het werk’-regel of ‘alles gedaan hebben wat mogelijk was’-regel hanteren.
Het theoretische model gaat er bovendien vanuit dat mensen hun stemming gebruiken als informatie, als feedback, voor deze mentale regels. Wanneer men bijvoorbeeld nagaat of men nog zin heeft in de taak, zal een positieve stemming geïnterpreteerd worden als een teken van plezier. Dit kan leiden tot volharding met de taak. Wanneer men nagaat of men genoeg heeft gedaan, zal een negatieve stemming geïnterpreteerd worden als ontevredenheid met de hoeveelheid werk die gedaan is. Ook dit heeft volharding tot gevolg, alleen met een dwangmatig karakter (MacDonald & Davey, 2005).

Niet genoeg gedaan hebben
Het is aannemelijk dat de gedachte ‘niet genoeg werk te hebben verzet’ de workaholics drijft en dat ze hun stemming als informatie voor deze persistentieregel gebruiken. Onderzoek laat zien dat workaholics inderdaad doorwerken omdat ze vinden dat ze te weinig hebben gedaan. Ze nemen niet in beschouwing of ze nog wel plezier hebben in hun werk (Van Wijhe, Peeters, Schaufeli & Van den Hout, ingediend). In hetzelfde onderzoek is ook gevonden dat workaholisme samenhangt met negatieve emoties.
Nieuw onderzoek wordt momenteel uitgevoerd aan de hand van dagboeken waarmee psychologische processen op dagelijks niveau in kaart kunnen worden gebracht, kan inzage bieden in hoe eerdergenoemde factoren, maar ook andere aspecten (bijvoorbeeld slaapgebrek) de dwangmatige werkhouding van workaholics beïnvloeden. 


Bewerken van workaholisme
Workaholics werken kennelijk zo hard omdat ze vinden dat ze nog niet genoeg gedaan hebben. Daarnaast blijken ze veelal in een negatieve stemming te verkeren. Hoe kunnen deze bevindingen nu vertaald worden in een interventie?
Eén benadering, gebaseerd op het MAI model, is het aanleren van zogenaamd ‘persistentieregel management’. Belangrijk hierbij is dat workaholics

  • zich bewust worden van de mentale regels die ze gebruiken om te bepalen waarom ze doorgaan met werken
  • vervolgens kan met behulp van cognitieve technieken de onderliggende irrationele gedachten worden uitgedaagd
  • het uiteindelijke doel van de interventie is dat workaholics gebruik leren maken van een minder rigide persistentieregel, bijvoorbeeld leren doorgaan met werken zolang ze nog plezier hebben in het werk
  • ook het aanleren van gezonde emotie-regulatie strategieën, is een invalshoek die ondersteund wordt door het MAI model. Dat wil zeggen dat ze leren en oefenen met het herkennen van en omgaan met eigen emoties Dergelijke trainingen kunnen de workaholics helpen inzien dat het letterlijk en figuurlijk ‘wegwerken’ van hun emoties negatieve gevolgen heeft, en dat er andere, gezondere manieren zijn om negatieve emoties te hanteren.

Te overwinnen obstakels
Bij het ontwerpen van interventies voor workaholics zijn desondanks enkele obstakels te overwinnen (Van Wijhe, Schaufeli, Peeters, in druk).

  • Ten eerste lijkt bij workaholics dikwijls het inzicht in het werkverslavingsprobleem te ontbreken. Workaholics zijn eerder geneigd om voor hun gezondheidsklachten hulp te zoeken dan voor hun werkverslaving. Binnen de interventie moet daarom aandacht worden besteed aan het versterken van het probleeminzicht bij de workaholic.
  • Ten tweede, omdat volledige onthouding van werk geen optie is voor de meeste mensen moeten realistische en haalbare doelen geformuleerd worden door de workaholic.
  • Tot slot, omdat workaholics per definitie weinig tijd overhebben voor niet-werkgerelateerde zaken, moet de interventie, vooral in de eerste fase, beknopt zijn.

Bedrijfsgezondheidszorg
Concluderend lijkt het MAI model aanknopingspunten te bieden voor detectie en een interventie voor workaholics. Een bedrijfsarts die geïnteresseerd is waarom iemand lange werkuren maakt zou alleen uit interesse al eens de vraag kunnen stellen wat nou maakt dat betrokken werknemer zo veel aan het werk is.
Een interventie gebaseerd op dit model richt zich potentieel op zowel cognitieve, gedragsmatige als emotionele aspecten en zal mogelijk net buiten de gereedschapkist van de bedrijfsarts vallen. Voor zover bekend bestaat er momenteel nog geen op dit model gebaseerde interventie. De onderzoekers adviseren nader onderzoek te doen naar de factoren die bijdragen aan de behandeling van werkverslaving.

Oproep tot deelname onderzoek
Corine van Wijhe verricht doorlopend en langdurig onderzoek naar workaholisme. Herkent u zichzelf of een collega, kennis of cliënt in het bovenstaande verhaal, en wilt u een bijdrage leveren aan het onderzoek, neem dan gerust contact met haar op.
c.vanwijhe@uu.nl of (0)30 253 2272 

Tekst van Corine van Wijhe (Corine van Wijhe is klinisch psychologe. Sinds 2007 werkt zij als onderzoekster bij de afdeling Organisatiepsychologie van de Universiteit van Utrecht.
Redactie Monique Loo
2 Februar 2010

Bronnen en Literatuur:

  • Burke, R. J. (2000). Workaholism in organizations: psychological and physical well-being consequences. Stress Medicine, 16, 11-16. 
  • MacDonald, B. C., & Davey, G. C. L. (2005). A mood-as-input account of perseverative checking: The relationship between stop rules, mood and confidence in having checked successfully. Behaviour Research and Therapy, 43, 69-91.
  • Martin, L.L., Ward, D.W., Achee, J.W. & Wyer, R.S. (1993). Mood as input: People have  to interpret the motivational implications of their moods. Journal of Personality and Social  Psychology, 64, 317-326.
  • Taris, T. & Schaufeli, W.B. (2003). Werk, werk en nog eens werk: Over de conceptualisering en gevolgen van werkverslaving. De Psycholoog, 38, 506-512.  (tekst op te vragen bij de auteur t.taris@uu.nl)
  • Taris, T.W. & Schaufeli, W.B. (2007). Workaholisme [Workaholism]. In W.B. Schaufeli & A.B. Bakker (Red.). De psychologie van arbeid en gezondheid  (pp. 359-372). Houten: Bohn Stafleu van Loghum. (tekst op te vragen bij de auteur t.taris@uu.nl)
  • Van Wijhe, C.I., Peeters, M.C.W., Schaufeli, W.B. & Van den Hout, M. A. Mood and stop rules in the work context: Understanding workaholism and work engagement Manuscript ingediend voor publicatie.
  • Van Wijhe, C,. Peeters, M.C.W. & Schaufeli, W.B. (ter perse). Understanding and treating workaholism: Setting the stage for successful interventions. In: C Cooper &  R. Burke (Eds.),  Psychological and behavioural risks at work. Farnham: Ashgate.

Meer op deze site over Workaholisme en Hard Werken