Sneller en vollediger herstel van functioneren

TNO Kwaliteit van Leven deed onderzoek naar de effectiviteit van de richtlijn 'Werk en psychische klachten' van NIP/LVE (psychologen) en vond dat toepassing van de richtlijn effectief was, aldus de samenvatting die we mochten ontvangen.

TNO Kwaliteit van Leven heeft onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de richtlijn ‘Werk en Psychische klachten’ voor psychologen. De richtlijn ‘Werk en psychische klachten’ is bedoeld voor psychologen die verzuimende werknemers met psychische klachten behandelen. Het doel van de richtlijn is om het werk en het werksysteem onderdeel te laten uitmaken van de behandeling en begeleiding van deze cliënten.
Doel van het onderzoek was tweeledig, namelijk enerzijds inzicht krijgen in de kwaliteit en mogelijke verbeteringen van deze richtlijn. Anderzijds, inzicht krijgen in het effect van de richtlijn ‘Werk en psychische klachten’ op de preventie van langdurig verzuim bij werknemers met psychische klachten, dat wil zeggen herstel van gezondheidsklachten en werkhervatting.

Onderzoeksopzet
Op basis van een aselecte steekproef uit het ledenbestand van de beroepsvereniging van psychologen (NIP) en eerstelijnspsychologen (LvE) zijn psychologen aangeschreven voor deelname aan het onderzoek. Werving van cliënten verliep via de deelnemende psychologen. Met de 71 deelnemende psychologen zijn telefonische interviews gehouden over het toepassen van de richtlijn bij verzuimende werknemers en hun oordeel over de richtlijn. Deelnemende psychologen hebben tijdens of na het intakegesprek van nieuwe cliënten gevraagd naar de bereidheid om deel te nemen aan het onderzoek op basis van een aantal inclusiecriteria. Deze zijn:

  • Cliënt dient psychische klachten te rapporteren;
  • Cliënt dient betaald werk te hebben;
  • Cliënt dient geheel of gedeeltelijk te verzuimen van het werk;
  • Cliënt beheerst de Nederlandse taal voldoende om vragenlijst in te kunnen vullen.

Onder 171 cliënten is een longitudinaal cohort onderzoek gehouden. Werknemers hebben op vier tijdstippen (voorafgaand aan de behandeling, drie maanden, zes maanden en twaalf maanden na start van de behandeling door de psycholoog) een schriftelijke vragenlijst ingevuld. De vragenlijst bevat vragen over het ziekteverzuim, werkhervatting, gezondheid, arbeidsomstandigheden, en een oordeel over de begeleiding door de psycholoog. 

Psychologen tevreden, richtlijn wel aanscherpen
Ten aanzien van de eerste onderzoeksvraag laten de resultaten zien dat de overgrote meerderheid van de onderzochte psychologen positief zijn over de richtlijn, in het bijzonder de aandacht die de richtlijn vestigt op het werk en het betrekken van het werksysteem in de behandeling. Psychologen zijn minder te spreken over de concrete handvatten die de richtlijn biedt. De richtlijn zou verder aangescherpt moeten worden. Daarnaast zou het bereik van de richtlijn (nog) meer aandacht moeten krijgen. De bevindingen van het onderzoek onderstrepen het belang van training in toepassing van de richtlijn. Er is een redelijke groep psychologen die de richtlijn niet kent of hem niet gebruikt. Bij een deel van de psychologen moet implementatie van de richtlijn zich daarom richten op acceptatie van het idee achter de richtlijn, namelijk het nut van het betrekken van het werk in de behandeling voor elke cliënt ongeacht oorzaak, aard en ernst van de gezondheidsklachten. 

Sneller en vollediger herstel van functioneren
Ten aanzien van de tweede onderzoeksvraag laat dit onderzoek zien dat het toepassen van specifieke onderdelen van de richtlijn bijdraagt aan (sneller) herstel van arbeidsfunctioneren. De specifieke onderdelen die bijdragen aan werkhervatting zijn:

  • het bespreken van factoren die werkhervatting bevorderen
  • het evalueren van de voortgang met betrekking tot werkhervatting.

Psychologen dienen dus tijdens de behandeling van cliënten veel aandacht dienen te geven aan positieve aspecten van werk. Daarnaast dienen zij het proces van werkhervatting zorgvuldig te monitoren en bespreken met cliënten. De richtlijn draagt niet direct bij aan herstel van gezondheidsklachten. Gezondheidsklachten van onderzochte verzuimende werknemers namen wel af over de tijd, maar het toepassen van de richtlijn in de behandeling draagt daar niet aan bij. 

Herstel van klachten en herstel van arbeidsfunctioneren deels onafhankelijke processen
Werkhervatting en herstel van gezondheidsklachten zijn twee verschillende processen die deels onafhankelijk van elkaar plaatsvinden. Beide uitkomstmaten kennen verschillende predictoren. Zo wordt het herstel van gezondheidsklachten voornamelijk door problemen in de privé-sfeer bepaald. Bij herstel van arbeidsfunctioneren dient onderscheid gemaakt te worden tussen het wel of niet volledig hervatten van werkzaamheden en de duur tot volledige werkhervatting. De kans om het werk na een jaar volledig hervat te hebben wordt bepaald door de snelheid waarmee gezondheidsklachten afnemen, het geloof in eigen kunnen (self-efficacy) met betrekking tot werk en de leeftijd van de behandelaar. De snelheid waarmee het werk volledig hervat wordt, kent een veelheid aan predictoren: geslacht, leeftijd, kostwinnaarschap, self-efficacy voorafgaand aan de behandeling en de toename van self-efficacy in de tijd, de gezondheidsklachten voorafgaand aan de behandeling en de afname ervan door de tijd en de diagnose. Met name self-efficacy lijkt een belangrijke determinant voor werkhervatting bij psychische klachten. Meer onderzoek is nodig om de precieze rol van self-efficacy in het werkhervattingsproces te duiden.

 

Bron: Shirley Oomens, TNO Kwaliteit van Leven
stelde ons de samenvatting ter beschikking.