Hoe traumatisch moet een gebeurtenis zijn? Potentieel traumatische gebeurtenissen en PostTraumatische Stress; hoe verhouden zij zich tot elkaar? Betrouwbare gegevens over het vóórkomen van PostTraumatische StressStoornis (PTSS) in Nederland bestonden niet. De Vries en Olff vonden opvallende gegevens.
Post Traumatische StressStoornis
PTSS kenmerkt zich door herbeleving (hinderlijk terugkeren van de beleving in dromen, flashbacks), door vermijding en door een niet aflatende schrikreactie (ook voor andere niet aan het trauma gerelateerde zaken). PTSS heeft ingrijpende gevolgen voor de (maatschappelijke) participatie; concentratieproblemen, vermoeidheid, somberheid en depressie leiden tot ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren. PTSS is gebaseerd op het model waarbij het meemaken van een trauma leidt tot een acute overbelasting van het angstsysteem. Het trauma wordt daarbij gedefinieerd als een ervaring die plotseling, onverwacht en als ernstig ervaren moet worden EN bovendien iemand direct persoonlijk raakt (zelf overkomen is of iemand uit de directe omgeving). Uit de studie van de Vries et al blijkt het risico op PTSS bij vrouwen, na een trauma, 2,5 x zo groot als bij mannen. De gemiddelde leeftijd waarop het risico begint te spelen is 28 jaar. Vergelijking tussen verschillende geboorte-groepen geeft aan dat het risico op PTSS lineair stijgt met de leeftijd.
Opvallende bevindingen
In hun cross-sectionele studie vinden zij een aantal opvallende gegevens. Zo is er een duidelijk verschil tussen wat de deelnemers aan de studie als ‘traumatisch’ ervaren (potentieel traumatische events / PTE) en wat volgens de formele criteria traumatisch is. Formeel moet het trauma ‘plotseling’ zijn en moet het trauma ‘persoonlijk’ plaatsvinden (directe eigen betrokkenheid). In de praktijk blijken echter ook gebeurtenissen traumatisch te zijn en tot PTSS te leiden die men vooraf wel zag aankomen (dus niet plotseling) of waarbij men slechts toeschouwer was (dus niet direct persoonlijk blootstond).
De onderzoekers concluderen dat blootstelling tijdens leven (life-prevalence) aan een potentieel traumatische gebeurtenis op 80,7% ligt. Tijdens het leven ondervindt 7.4% van de mensen ook daadwerkelijk een PTSS. Met deze life-time prevalentiecijfers voor PTSS komt deze studie meer overeen met Amerikaanse studies dan met Europese studies. De onderzoekers opperen meerdere mogelijke redenen voor de afwijkende, hogere, prevalentie-cijfers in hun onderzoek. Een daarvan benoemen zij in het feit dat Nederlanders makkelijker over hun trauma’s en eigen gevoelens spreken dan andere Europese landen.
Relevantie bedrijfsgezondheidszorg
PTSS komt in de volwassen, Nederlands sprekende, bevolking niet zelden voor. De relatie die tot nu toe gelegd werd (moest worden) met bepaalde criteria waaraan het trauma moest voldoen blijkt in de praktijk niet altijd op te gaan. PTSS kan ook voorkomen na trauma’s die juist niet aan die criteria voldoen; dus niet plotseling en acuut zijn en ook op wat grotere afstand (betrokkenheid) kunnen plaatsvinden.
Wanneer je aanwijzingen hebt voor het bestaan van PTSS staar je dan als professional in de bedrijfsgezondheidszorg niet blind op het ontbreken van een ‘duidelijk’ traumatische gebeurtenis. Verwijs door voor nadere (psychiatrische) diagnostiek en evalueer de gevolgen van de klachten voor de mogelijkheden in werk.
Lees voor meer informatie over PTSS en de mogelijke beroepsrelatie verder op de beroepsziekte-site. Bij de diagnostiek kan de schokverwerkingslijst (SVL) helpend zijn, ook in de bedrijfsgezondheidszorg.
bron:
- de Vries GJ, Olff M.The lifetime prevalence of traumatic events and posttraumatic stress disorder in the Netherlands. J Trauma Stress. 2009 Aug;22(4):259-67