Tools & checklists

In dit deel vindt u een overzicht van tools en checklists onderverdeeld in:

Direct downloadable

Note RJJ:

Op dit moment zijn alle boek pagina's voorzien van een rating (default). Later zullen, binnen deze sectie, alleen de onderliggende pagina's (inhoudelijke) in een boek een rating krijgen.

Your rating: Geen Average: 4 (2 votes)

4DKL Vierdimensionale klachtenlijst

Inhoud
De 4DKL is een unieke vragenlijst ontwikkeld door Terluin in de huisartsenpraktijk (Terluin, 1998). De 4DKL bestaat uit een distress-, depressie-, angst- en somatisatieschaal. De depressieschaal en angstschaal bestaan uit respectievelijk 6 en 12 items. De distress- en somatisatieschaal hebben beide 16 items. De items worden gescoord op een 5-puntsschaal (0-4). Vóór het berekenen van de schaalscores worden de scores ‘3’ en ‘4’ getransformeerd tot een ‘2’. De maximale scores voor de distress-, depressie-, angst- en somatisatieschaal zijn respectievelijk 32, 12, 24 en 32.

Praktische bruikbaarheid
Het invullen van de 4DKL kost ongeveer 10 minuten. Hogere scores wijzen op meer klachten. De 4DKL kan gebruikt worden om de diagnostiek van werknemers met psychische problemen te ondersteunen (zie verder kopje diagnostische waarden) en om het klachtenpatroon en beloop over de tijd in kaart te brengen. 

Betrouwbaarheid
De 4DKL is betrouwbaar bevonden in de werkende bevolking (Terluin e.a., 2004) en huisartsbezoekers (Terluin e.a., 2006). De depressieschaal heeft een Cronbach’s alpha van 0,82; de angstschaal heeft een Cronbach’s alpha van 0,79. De test-hertest betrouwbaarheid van de angstschaal over een periode van 2 maanden en één jaar, zoals gemeten in een groep van 300 overspannen werknemers, is achtereenvolgens 0,59 en 0,56. De test-hertest betrouwbaarheid van de depressieschaal over deze twee periodes is respectievelijk 0,54 en 0,45. Dit zijn binnen deze instabiele groep werknemers redelijk goede test-hertest waarden.

Validiteit
In het onderzoek van Terluin e.a. (2004) en Van Rhenen e.a. (2005) is tevens de constructvaliditeit van de 4DKL in de werkende bevolkign onder de loep genomen. Dit is gedaan door de angst- en depressieschaal te correleren met schalen die gerelateerde maar verschillende constructen meten zoals vermoeidheid, copingstijl en taakeisen. Uit de analyses blijkt dat de twee schalen zwakke correlaties hebben met de meeste van deze schalen. Deze bevindingen ondersteunen de divergente construct validiteit van de 4DKL. De convergente validiteit van de 4DKL is alleen binnen de populatie van huisartsbezoekers onderzocht (Terluin, 1998; Terluin e.a., 2006). Uit dit onderzoek blijkt dat de convergente validiteit van de angstschaal goed is. De convergente validiteit van de depressieschaal is acceptabel.

Diagnostische waarden
Binnen de algemene (werk)populatie kan de distress-schaal gebruikt worden om werknemers met stressgerelateerde stoornissen op te sporen. Geadviseerd wordt het afkappunt van een somscore van 11 of hoger op de distress-schaal te hanteren (van Rhenen et al., 2008)
De 4DKL kan daarnaast helpen bij het onderscheid tussen stressgerelateerde stoornissen enerzijds en angststoornissen en depressie anderzijds (Terluin et al., 2009).In het artikel worden de sensitiviteit en specificiteit van verschillende afkappunten weergegeven voor het detecteren van verschillende angst- en depressieve stoornissen. Een score van 4 of hoger op de depressieschaal lijkt het optimale afkappunt voor het detecteren van een depressieve stoornis, ongeacht of dit een lichte, matig of ernstige stoornis betreft. Een score van 6 of hoger op de angstschaal lijkt het optimale afkappunt voor het detecteren van een angststoornis, ongeacht welke angststoornis. 

Meten van verbetering
Voorlopige resultaten laten volgens Terluin zien dat de distress-schaal het beste verbetering meet. Tachtig procent van de huisartspatiënten die zich na twee weken beter voelt, wordt op basis van de distress-verschilscore van vier punten of meer als "verbeterd" herkend. Van de patiënten die zich niet beter voelt na twee weken wordt 77 procent als zodanig herkend (verschilscore is drie punten of minder). Voor het kwantificeren van verbetering adviseert Terluin daarom een verschilscore van vier punten op de distress schaal te gebruiken.

Verkrijgbaarheid
De 4DKL kan gratis worden gedownload. Meer informatie kan worden verkregen bij Berend Terluin.

update november 2009 K. Nieuwenhuijsen, M. Loo

Handzame nascholing over de 4DKL
(weliswaar voor de huisarts maar ook zeker goed bruikbaar voor de eerstelijns bedrijfsgezondheidszorg)

Literatuur

  • Van Rhenen W, van Dijk FJ, Schaufeli WB, Blonk RW Distress or no distress, that's the question: A cutoff point for distress in a working population. J Occup Med Toxicol. 2008 Jan 18;3:3.
  • Van Rhenen W, Blonk RW, van der Klink JJ, van Dijk FJ, Schaufeli WB.The effect of a cognitive and a physical stress-reducing programme on psychological complaints. Int Arch Occup Environ Health. 2005 Mar;78(2):139-48. Epub 2005 Mar 11.
  • Terluin B, Brouwers EP, van Marwijk HW, Verhaak PF, van der Horst HE Detecting depressive and anxiety disorders in distressed patients in primary care; comparative diagnostic accuracy of the Four-Dimensional Symptom Questionnaire (4DSQ) and the Hospital Anxiety and Depression Scale (HADS). BMC Fam Pract. 2009 Aug 23;10:58.
  • Terluin B, van Marwijk HW, Adèr HJ, de Vet HC, Penninx BW, Hermens ML, van Boeijen CA, van Balkom AJ, van der Klink JJ, Stalman WA. The Four-Dimensional Symptom Questionnaire (4DSQ): a validation study of a multidimensional self-report questionnaire to assess distress, depression, anxiety and somatization. BMC Psychiatry. 2006 Aug 22;6:34.
  • Terluin B, Van Rhenen W, Schaufeli W, de Haan M. The Four-Dimensional Symptom Questionnaire (4DSQ): measuring distress and other mental health problems in a working population. Work&Stress, July 2004, Vol. 18, No. 3, 187-207
  • Terluin B.  De Vierdimensionale Klachtenlijst (4DKL) in de huisartspraktijk. Psychodiagnostisch gereedschap. De Psycholoog 1998; 33: 18-24
  • Terluin, 1998 Naar een nieuwe indeling van psychosociale problemen in de eerste lijn. Een secundaire analyse van de symptomatologie van 396 huisartspatiënten en 67 cliënten van het algemeen maatschappelijk werk. Huisarts Wet 1998;41(5):219-28, 245.
Your rating: Geen Average: 4 (2 votes)

Activiteitenopbouw volgens tijdcontingent kader

No pain no gain
Bij een tijdcontingente of procescontingente aanpak bij psychische klachten in het werk worden de activiteiten die nodig zijn om de verschillende herstelfasen door te lopen volgens een tijdschema opgebouwd. Daarmee staat de opbouw van de herstelactiviteiten los van de klachtbeleving. Tijdcontingent werken is te vergelijken met een sportschema. Ook hierbij wordt de gekozen sport opgebouwd volgens een schema dat vooraf vastligt. Dat bij start van dat schema of bij de volgende opbouwende stap de spierklachten toenemen, leidt er niet toe dat het schema wordt vertraagd. Iedereen accepteert een zekere mate van spierpijn om weer in conditie komen. Op soortgelijke wijze kan een opbouwschema van tijdcontingente aard ook uitgelegd worden aan de werknemer met psychische klachten. In tegenstelling tot de traditionele manier van behandelen is de opbouw van activiteiten volgens deze aanpak dus niet afhankelijk van de beleving van de werknemer ("Ben ik er wel of niet aan toe?"). Een tijdcontingente aanpak biedt een goede structuur voor het planmatig aanbieden van interventies.
 
Committeren en dubbele schema
De werknemer dient zich aan het tijdcontingente plan te committeren. Dit ‘committeren’ lukt meestal beter na een uitleg daarover. Een voorbeeld van zo’n uitleg is de sportmetafoor hierboven. Door het geven van zo'n uitleg wordt de werknemer voorbereid op een mogelijke terugval (anticipatieopdracht). Om voorzichtige werknemers te stimuleren en te ambitieuze werknemers te remmen kan gewerkt worden met wat een ‘dubbel-schema’ heet. In één schema wordt een ambitieus, snel terugkeerschema en één voorzichtig schema opgesteld. Afhankelijk van de soort werknemer wordt het schema van ingang gekozen. Een voorzichtig plan bij de werknemer die geremd moet worden en een ambitieus plan bij de werknemer die een prikkel nodig heeft. De ruimte binnen het schema biedt de ruimte aan werknemer en leidinggevende om ‘te spelen’ met de werkhervatting waardoor in feite ook gewerkt wordt aan het krijgen van controle en grip.
 
Klik hier voor een handleiding om deze interventie uit te voeren.
Your rating: Geen Average: 3 (4 votes)

Betrekken van de leidinggevende

De leidinggevende een cruciale rol speelt bij de reïntegratie van werknemers die verzuimen door een psychische aandoening (Nieuwenhuijsen e.a., 2004). Overspannen werknemers hervatten gemiddeld 7 maanden eerder het werk wanneer hun leidinggevende minstens één keer per twee weken contact met ze heeft. Wanneer de leidinggevende verantwoordelijk is voor de werkhervatting van de zieke werknemer en de afdeling zelf de financiële consequenties hiervan ondervindt, onderhoudt de leidinggevende vaker contact met de zieke werknemer.

Het is daarom raadzaam voor de bedrijfsarts om:

  • de leidinggevende aan te moedigen minstens één keer per twee weken contact te hebben met de werknemer
  • indien de leidinggevende hierin niet getraind is, hem of haar een verzuimbegeleidingscursus aan te bieden
  • bedrijven aan te bevelen de leidinggevende verantwoordelijk te maken voor de werkhervatting
  • bedrijven aan te bevelen de organisatie zo in te richten dat de financiële gevolgen van het ziekteverzuim voor rekening komen van de afdeling waar de zieke werknemer werkt



 

 


« vorige | volgende »

 

No votes yet

Brief Psychiatric Rating Scale (BPRS)

Inhoud
De Brief Psychiatric Rating Scale (BPRS) bestaat uit 18 items en meet de (algemene) ernst van psychopathologie waaronder schizofrenie en psychotische aandoeningen. De lijst wordt in een interview, inclusief observatie afgenomen. Voor het kunnen afnemen van de lijst is een training van 30 minuten vereist.
Inmiddels is er ook een uitgebreidere versie (24 items, BPRS-E) die in diverse onderzoeken onderzocht is op validiteit. (
Kopelowicz et al 2008, Leucht et al 2006)

Praktische bruikbaarheid
De lijst wordt veel gebruikt in de psychiatrie.

Kwaliteit
De psychometrische kwaliteiten van de BPRS(E) zijn inmiddels getest voor diverse speciale groepen.

Verkrijgbaarheid
Via het
Tijdschrift voor Psychiatrie kunt u de BPRS (18 items) downloaden.
Voor de toelichting bij de BRPS-E is
deze link

Bronnen en links:

vs aug 2009

No votes yet

Center for Epidemiological Studies Depression Scale (CES-D)

De CES-D is een zelfbeoordelingslijst die wordt gebruikt om de omvang van depressieve symptomen over de afgelopen week  vast te stellen. De lijst is oorspronkelijk bedoeld om risicogroepen te identificeren. Daarnaast wordt het instrument ook gebruikt als screeningstool voor depressie in verschillende populaties (Haringsma e.a., 2004, Pandya et al 2005, Patten 2005) waaronder actief werkenden (Iwata e.a., 1989; Wada e.a., 2007, Baumann 2008 ).

Beschrijving inhoud
De CES-D bevat 20 stellingen. Voor iedere stelling moet de respondent aangeven hoe vaak deze op hem of haar van toepassing was (zelden of nooit, soms of weinig, regelmatig, meestal of altijd). De som van de scores geeft een totaalscore die ligt tussen 0-60. Hoe hoger de score hoe meer gevoelens van depressie. In de algehele populatie worden respondenten met een score van 16 of hoger als depressief beschouwd.

Psychometrische eigenschappen
De
CES-D inventariseert net als de oorspronkelijke Amerikaanse versie op een betrouwbare en valide wijze depressieve gevoelens over de afgelopen week (Bouma et al., 1995). De CES-D is opgebouwd uit items van andere bestaande vragenlijsten waaronder  de Zung Depressie Schaal, De Beck Depression Inventory en de Minnesota Multiphasic Personality Inventory.

Diagnostische waarden
Wada e.a. (
2007) onderzochten de diagnostische waarden van de CES-D in een populatie van 2.219 Japanse werknemers. Hierbij werd de score van de CES-D vergeleken met de diagnose ernstige depressie volgens een klinisch interview (MINI). De onderzoekers stelden bij 1,7 procent van de werknemers een ernstige depressie vast. Van de werknemers met een ernstige depressie werd 93 procent door de CES-D (score >19) ook als zodanig geïdentificeerd (sensitiviteit). Van de werknemers zonder ernstige depressie werd 92 procent ook als zodanig door de CES-D geïdentificeerd (specificiteit).  Het laatste betekent dat bij acht procent van de grote groep werknemers zonder ernstige depressie (98,3 procent heeft geen ernstige depressie) onterecht deze diagnose wel werd gesteld. Samenvattend lijkt de CES-D geschikt om werknemers met een ernstige depressie in te sluiten. Tegelijkertijd wordt een grote groep werknemers zonder ernstige depressie wel als zodanig door de CES-D bestempeld.

Beschikbaarheid
Volgens het bericht van de Rijksuniversiteit Groningen is de nederlandse handleiding bij de Nederlandse versie van de CES-D nog steeds geldig (
bericht 2007)
De
CES-D wordt uitgegeven door het Noordelijk Centrum Gezondheidsvraagstukken (NCG). U kunt de CES-D onder voorwaarden van de uitgever via het Tijdschrift voor Psychiatrie downloaden.
De engelse versie is ook te downloaden, evenals instructies over het scoren ervan

Links

vs aug 2009

 

No votes yet

Checklist Individuele Spankracht (CIS)

Beschrijving
De Checklist Individuele Spankracht (CIS) (
Vercoulen e.a., 1994) meet subjectieve vermoeidheid en gedragsaspecten die hieraan gerelateerd zijn. De CIS vraagt de werknemer aan te geven in welke mate 20 uitspraken over vermoeidheid de afgelopen twee weken op hem of haar van toepassing waren. De uitspraken hebben betrekking op vier vermoeidheidsaspecten, namelijk:

  • ernst van de vermoeidheid (8 uitspraken, bijvoorbeeld "ik voel me moe")

  • concentratie (5 uitspraken, bijvoorbeeld "het kost me moeite om ergens mijn aandacht bij te houden")

  • motivatie (4 uitspraken, bijvoorbeeld "ik heb zin om allerlei leuke dingen te gaan doen")

  • lichamelijke activiteit (3 uitspraken, bijvoorbeeld ik vind dat ik weinig doe op een dag")

Scoring en normering
Alle antwoorden worden gescoord op een 7-punt schaal. Er zijn 9 uitspraken waarbij het antwoord omgescoord moet worden. Vervolgens worden de vier subschalen berekend door per subschaal de bijbehorende scores op te tellen. Voor de CIS is een afkappunt van hoger dan 76 vastgesteld (
Bültmann e.a., 2000). Werknemers met een score boven dit afkappunt lopen het risico door ziekte (langdurig) uit te vallen.

Onderzoek
Binnen het PVA-programma is veel onderzoek gedaan met de CIS. Deze onderzoeken laten zien dat de CIS betrouwbaar en construct valide is binnen de werkende bevolking (
Beurskens e.a., 2000; Bültmann e.a., 2002). Bovendien blijkt de CIS gezondheidsuitkomsten waaronder WAO-intrede (Van Amelsvoort e.a., 2002), arbeidsverzuim (Janssen e.a., 2003) en ongevallen op het werk te voorspellen (Swaen e.a., 2003). 

Praktische bruikbaarheid
De CIS is een geschikte vragenlijst om vast te stellen of er sprake is van een te hoog niveau van vermoeidheid bij individuele werknemers, bijvoorbeeld als onderdeel van een PMO. Daarnaast kan de CIS worden ingezet in groepen werknemers, bijvoorbeeld als onderdeel van een RI&E of werkdrukonderzoek.


Verkrijgbaarheid
De CIS is verkrijgbaar bij het
Nijmeegs Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid
Een goed overzicht van de literatuur van het Nijmeegs Kenniscentrum is ook beschikbaar.

Andere vermoeidheidsvragenlijsten
De Nota Meetinstrumenten bij chronische vermoeidheid, deel 1 geeft aanbevelingen voor het gebruik van vermoeidheidsvragenlijsten in onderzoek bij chronische vermoeidheid door VNO-CHROVER. (April 2002)

 

update aug 2009

 

 

 

 

No votes yet

Checklist aanwezigheid psychische klachten

Stel de onderstaande vragen over het bestaan van psychische klachten.

  • Voelt u zich de laatste tijd lusteloos?

  • Heeft u de laatste tijd het gevoel overbelast te zijn?

  • Heeft u de laatste tijd het gevoel nergens van te kunnen genieten?

  • Heeft u de laatste tijd het gevoel geen grip meer op uw leven te hebben?

  • Heeft u de laatste het gevoel dat u uzelf nergens voor kunt motiveren?

  • Bent u de laatste tijd prikkelbaar?

  • Voelt u zich de laatste tijd somber?

  • Moet u de laatste tijd snel huilen of wordt u snel emotioneel?

  • Heeft u de laatste tijd moeite met concentreren?

  • Voelt u zich de laatste tijd gespannen?

  • Piekert u de laatste tijd veel?

  • Heeft u het gevoel de laatste tijd dat u zich nergens meer toe kunt zetten?

  • Heeft u de laatste tijd meer moeite om helder na te denken? 

  • Stel de onderstaande vragen over het bestaan van lichamelijke spanningsklachten.

    • Heeft u last van vermoeidheid?

    • Heeft u moeite met slapen?

    • Heeft u last van hoofdpijn?

    • Heeft u last van maagpijn?

    • Heeft u last van maag-darmproblemen?

    • Heeft u last van spierpijn?
       

    Indien één of meerdere klachten aanwezig zijn en de werknemer hierdoor zijn werk niet (goed) kan uitvoeren is er een kans op een psychische aandoening in het werk.

    Klik hier voor de checklist in Word-format.

     

 

No votes yet

Checklist begeleiding

Nieuwenhuijsen ontwikkelde een checklist waarin de verschillende stappen die genomen moeten worden tijdens een spreekuur worden weergegeven. Klik hier om de checklist te downloaden.


No votes yet

Checklist en Beslisboom Onverklaarbare klachten

De Arboprofessional doet een gerichte anamnese en onderzoek (lichamelijk, observatie, exploratie, vragenlijsten) en krijgt daarmee een indruk van het ziekte-inzicht en ziektegedrag van de werknemer. Specifiek kijkt de professional naar de belastbaarheid en het verwerkingsvermogen van de werknemer. 

Voor de herkenning van de verschillende vormen van somatisatie is een aantal signalen van specifiek belang (model voor signalering): 

  • Frequent bezoek aan de huisarts, vaker dan verwacht mag worden op grond van leeftijd, geslacht en lichamelijke ziekten.

  • Frequent verzuim; aard en diversiteit van de klachten; frequent bezoek aan de bedrijfsarts.

  • Multifactorieel bepaald (verzuim)klachtenpatroon.

  • Ongerustheid over kleine kwalen of onschuldige lichamelijke verschijnselen.

  • Werknemer schrijft klachten toe aan lichamelijke oorzaak/ziekte.

  • Werknemer dringt (sterk) aan op een somatische aanpak.

  • Onbehagen bij arboprofessional, bijvoorbeeld als gevolg van elders genoemde signalen of claimend gedrag van de werknemer.

  • Arboprofessional heeft aanwijzingen voor het bestaan van psychosociale problematiek.

  • Arboprofessional heeft aanwijzingen voor een stemmingsstoornis of angststoornis.

  • Langer bestaand patroon: in ernstige gevallen is dit een jarenlang (en soms levenslang) patroon waarbij met name de DSM-IV criteria voor somatisatie stoornis, hypochondrie en pijnstoornis betrokken dienen te worden.

 

Beslisboom bij diagnostiek van lichamelijk onverklaarbare klachten (na signalering) Stap 1

  1. Sluit een andere verklaring uit door a) een somatische aandoening of (genees-)middelengebruik; b) socioculturele factoren, simulatie (en aggravatie) of in het kader van een nagebootste stoornis.

  2. Stel vast of er sprake is van psychiatrische ziektebeelden (anders dan somatoforme stoornissen), en dan vooral depressies of angststoornissen.

  3. Stel vast of er sprake is van een somatoforme stoornis in engere zin (vooral somatisatiestoornis, hypochondrie en pijnstoornis).

  4. Stel als werkhypothese vast dat het om een lichamelijk onverklaarde klacht gaat, bijvoorbeeld somatisch onvoldoende verklaarde hoofd- en buikklachten, moeheid, KANS etc.

Als dit niet effectief is, ga dan terug naar stap 1.

De hierboven beschreven stappen worden uitgebreider beschreven in de Stecr werkwijzer (somatisatie vs 2 2006).
Het St AnnaZiekenhuis uit Geldrop beschikt over een zogenaamde polikliniek LOK (lichamelijk onverklaarbare klachten).

 

No votes yet

Checklist voor werkgebonden aandoeningen

Voor het inschatten van de werkgebondenheid is mede op basis van de kennis gegenereerd in het PVA-programma een checklist opgesteld. Benadrukt moet worden dat deze checklist alleen gebruikt kan worden om op meer systematische en controleerbare wijze de werkgebondenheid van een psychische aandoening vast te stellen. Het biedt geen objectieve criteria hiervoor.

No votes yet

Cognitief Herstructureren

Bij wie: werknemers met een psychische aandoening waarbij irrationele denkbeelden een oorzaak van de aandoening zijn

In welke fase: alle fasen

De cognitieve herstructurering aanpak (ook wel Rationeel Emotieve Therapie, RET) gaat ervan uit dat stress en overspanning voor een belangrijk deel het gevolg zijn van de wijze waarop gebeurtenissen worden waargenomen en geïnterpreteerd.

Vaak hebben overspannen werknemers irrationele overtuigingen waardoor potentieel stressvolle gebeurtenissen tot ongezonde stressreacties en spanning leiden.
Veel voorkomende irrationele gedachten zijn:

  • fanatiek perfectionisme (“Ik moet mijn werk perfect afronden.”),
  • rampdenken (“als ik het werk niet afkrijg dan is dat het einde van de wereld.”), 
  • lage frustratietolerantie (“als mijn chef zo reageert, dan ga ik door het lint”), 
  • liefdesjunk (“ik moet door iedereen aardig gevonden worden”) en 
  • eisen aan anderen en de wereld (“zolang mijn collega geen excuses maakt, kan ik niet met hem samenwerken”).

Door de relatie tussen de genoemde irrationele gedachten en het optreden van stress en spanning uit te leggen en de irrationele gedachten aan de kaak te stellen door hierover met de werknemer in discussie te gaan (bijvoorbeeld “waarom is dat het einde van de wereld als je het werk niet afkrijgt?, leg dat eens uit”) kunnen stress en spanning worden gereduceerd.

Klik hier voor een handzaam formulier om deze interventie uit te voeren.

 

No votes yet

Composite International Diagnostic Interview (CIDI)

Deze lijst is bedoeld om middels een interview psychische stoornissen te classificeren. Afnameduur bedraagt ongeveer 60 minuten. De CIDI kan worden afgenomen door getrainde leken die geen clinici zijn en wordt daarom vooral toegepast in bevolkingsstudies.

Training in CIDI kunt u volgen bij het WHO-CIDI trainings en referentie centrum, psychiatrisch centrum AMC, Amsterdam.

U kunt de CIDI (Nederlandstalig) downloaden via het Tijdschrift voor Psychiatrie.

Voor meer informatie over de CIDI en de engelstalige versie kunt u hier vinden.

De Graaf publiceerde over de beleving van de geinterviewden met de CIDI (2004)








No votes yet

Dagindeling met wisselende activiteiten

Bij wie: werknemers met een psychische aandoening

In welke fase: vooral crisisfase

Na het geven van een rationale en geruststelling door het geven van perspectief kan een eerste opdracht zijn het opstellen van een dagindeling waarin de verschillende activiteiten die de werknemer moet ondernemen een plaats krijgen.

Enerzijds moet men zich noodzakelijk richten op rust, ontspanning en afleiding. Anderzijds moet de werknemer actief een begin maken met het inventariseren van de oorzaken van de psychische aandoening.

Een dagindeling biedt werknemer met een sterk schuldgevoel toch de mogelijkheid, rust, ontspanning en afleiding te vinden; het zijn immers activiteiten die bijdragen aan het herstel.

Omgekeerd biedt de dagindeling en de achterliggende rationale ook de mogelijkheid werknemers die geneigd zijn de oorzaken van het probleem uit de weg te gaan de confrontatie hiermee toch aan te gaan.

Om piekeren te voorkómen, is vaak een actieve vorm van afleiding (bijvoorbeeld tuinieren, oude fiets opknappen e.d.) beter dan een passieve vorm van afleiding.

No votes yet

Depressie-Angst-Stress-Schaal (DASS)

Inhoud en praktische kwaliteit
De angst- en depressieschaal van de DASS bestaan beide uit 14 items. Het kost 5-10 minuten om de vragenlijst af te nemen. De items worden gescoord op een 4-punt Likert schaal (0 = helemaal niet of nooit van toepassing tot 3 = zeer zeker of meestal van toepassing). De schaalscore wordt berekend door de scores per item op te tellen (een eenvoudig scoringsformulier is hiervoor beschikbaar). De range van elke subschaal loopt dus van 0-42. Hogere DASS scores wijzen op meer klachten. Voor de screening van angst en depressie wordt een afkappunt van 12 voor de depressieschaal en 5 voor de angstschaal gebruikt.

Betrouwbaarheid
De angst- en depressieschaal van de DASS zijn betrouwbaar in de bedrijfsgezondheidszorg of werkende bevolking. Cronbach’s alpha ligt tussen de 0,84 en 0,86 en de test-hertest betrouwbaarheid in een groep van 188 werknemers met een psychische aandoening over 3, 6 en 12 maanden is achtereenvolgens 0,65, 0,50 en 0,44 voor de angstschaal en 0,68, 0,52 en 0,45 voor de depressieschaal. 

Validiteit
De convergente validiteit van de DASS is goed. In de populatie van werknemers die verzuimen door psychische klachten correleert de DASS sterk met andere bekende vragenlijsten die angst en depressie meten. Daarnaast worden lage correlaties gevonden met schalen die gerelateerde maar andere constructen meten (divergente validiteit) (Nieuwenhuijsen e.a., 2003).

Diagnostische waarden
Uit onderzoek met de DASS in de bedrijfsgezondheidszorg blijkt dat de kans dat terecht de diagnose angst en/of depressie wordt gesteld wanneer een werknemer een positieve testscore heeft, slechts 29-33% is. De kans dat terecht een depressie en/of angststoornis wordt uitgesloten wanneer een werknemer een score van 10 of lager heeft, is 94-95% (Nieuwenhuijsen e.a., 2003). Conclusie, de DASS is geschikt om angst/depressie uit te sluiten, maar ongeschikt om deze aandoeningen vast te stellen.

Webbased werken met DASS
Zlomke publiceerde in 2009 onderzoek naar de waarde van de DASS wanneer deze webbased afgenomen wordt. De DASS is ook in een dergelijk afname betrouwbaar.

Verkrijgbaarheid
De DASS is te downloaden
Hij kan ook worden  opgevraagd bij de redactie.

Meer informatie:
- op de DASS-site van de Psychology Foundation of Australia

- Henry, J. D., & Crawford, J. R. (2005). The 21-item version of the Depression Anxiety Stress Scales (DASS–21): Normative data and psychometric evaluation in a large non-clinical sample. British Journal of Clinical Psychology, 44, 227–239.

- Henry, J. D., & Crawford, J. R. (2003). The Depression Anxiety Stress Scales (DASS–21): Normative data and latent structure in a large non-clinical sample.. British Journal of Clinical Psychology, 42, 111–131.

- Zlomke, K.R. (2009). Psychometric properties of internet administered versions of Penn State Worry. Questionnaire (PSWQ) and Depression, Anxiety, and Stress Scale (DASS). Computers in Human Behavior 25 (2009) 841–843 ( bijgesloten)

- Ng, F., Trauer, T., Dodd, S., Callaly, T., Campbell, S. & Berk, M. (2007).  The validity of the 21-item version of the Depression Anxiety Stress Scales as a routine clinical outcome measure.  Acta Neuropsychiatrica. 19, 304-310.

- Norton, P. J. (2007). Depression Anxiety and Stress Scales (DASS): Psychometric analysis across four racial groups. Anxiety, Stress, and Coping: An International Journal, 20, 253-265.


update 22 juni 2009 S. Lagerveld

No votes yet

Depressieherkenningsschaal (DHS)

De plaats van een screenend instrument
Een stap in het diagnostische proces kan screening met een instrument zijn: voldoet iemand wel of niet aan de minimale voorwaarden die besloten liggen in de definitie voor aanwezigheid van een psychiatrische stoornis. Een screener moet daarom kort en betrouwbaar zijn. Voorts moet een screener vooral een hoge sensitiviteit en specificiteit hebben. Met andere woorden: de test moet gevoelig zijn en idealiter leiden tot correcte classificatie in wel/niet betreffende psychopathologie. De formulering van de vragen beïnvloedt in belangrijke mate de psychometrische kwaliteiten van een instrument. Dit fenomeen wint aan belang naarmate minder vragen worden gesteld zoals vaak bij screeners het geval zal zijn. Daarom is de aanbeveling Nederlandse instrumenten te gebruiken of Nederlandse versies van screeners te gebruiken die in een Nederlandse populatie zijn onderzocht.

De DHS is een kort interview dat in de eerstelijnspraktijk en de bedrijfsgezondheidszorg kan helpen om een snelle indicatie te krijgen of er sprake zou kunnen zijn van een depressieve stoornis, al dan niet in combinatie met (gegeneraliseerde) angst.

Depressieherkenningsschaal (DHS)
De DHS is een interviewinstrument dat gebaseerd is op het Goldberg-screeningsinstrument. Deze schaal bestaat uit 9 vragen. Wanneer op 1 van de eerste 4 vragen een ja-antwoord wordt gegeven, worden ook de 5 volgende vragen gesteld. Bij een afkappunt van 4 is de PVW 54% en de NVW 100%. Het gaat hier echter om een groep patiënten bij wie de huisarts reeds een depressie vermoedt. De convergerende validiteit met de Hamilton Rating Scale for Depression (HRSD) is 0,73, terwijl die met de Symptom Checklist (SCL-90) 0,66 bedraagt. De interne consistentie was op basis van Cronbachs alfa 0,63 - 0,75 (Marwijk, 1996). Verder onderzoek op het gebied van betrouwbaarheid en validiteit is aangewezen.

Beschikbaarheid
U kunt de Depressieherkenningslijst downloaden via het
Tijdschrift voor Psychiatrie

Bronnen en literatuur

  • Marwijk, H.W.J. van, van der Linde, J., Nolen, W.A., e.a. (1996). De Depressieherkenningsschaal: een hulpmiddel bij het diagnosticeren van depressie in de huisartspraktijk. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 140, 2127-2131.

  • Multidisciplinaire richtlijnontwikkeling; richtlijn Depressie. Datum Goedkeuring: 2007-03-01, Verantwoording: Landelijke Stuurgroep/Trimbos-instituut, Versie: 1.0

 update aug 2009

No votes yet

Fear of Negative Evaluation Scale (FNE-S)

De Fear of Negative Evaluation Scale (FNE-S, Watson & Friend 1969) of vreesvragenlijst bestaat uit 30 vragen die in 10 minuten in te vullen zijn. De lijst meet de mate waarin een werknemer zich zorgen maakt over de wijze waarop anderen hem of haar beoordelen, vermijdingsgedrag en verstoring gerelateerd aan negatieve evaluatie. De Nederlandse vertaling heeft goede psychometrische kwaliteiten (Bögels & Reith 1999).

Beschikbaarheid
U kunt de Nederlandstalige FNE via het Tijdschrift voor Psychiatrie downloaden.

Inmiddels is de validiteit ook onderzocht voor andere talen zoals de Franse taal (Musa et al 2004) en Iraans (Tavoli, 2009)

update aug 2009

 

No votes yet

Hamilton Rating Scale for Depression (HRSD of HAM-D)

Beschrijving
De HDRS of HAM-D wordt veelvuldig gebruikt voor effectevaluatie in clinical trials. De HDRS beslaat 21 items. Optelling van de eerste 17 items geeft een maat voor de ernst van een al vastgestelde depressie, de overige vier items dienen voor andere doelen (onder andere voor het vaststellen van het type depressie). De totaalscore op de HDRS (range 0-52) kan als volgt geïnterpreteerd worden:

  • 0-7 = normaal/niet depressief;
  • 8-13= mogelijk/licht depressief;
  • 14-18= matig depressief;
  • 19-27= ernstig depressief;
  • >27= zeer ernstig depressief..

Onderzoek
Er is zeer veel onderzoek met en naar de HDRS verricht. Uit deze onderzoeken blijkt dat de HDRS een betrouwbaar en valide instrument is. Klik hier voor een overzicht van de wetenschappelijke artikelen over de HDRS.

Beschikbaarheid
U kunt de HDRS downloaden via het
Tijdschrift voor Psychiatrie.

Wetenschappelijke artikelen

No votes yet

Hospital Anxiety Depression Scales (HADS)

Inhoud
De Hospital Anxiety and Depression scales (HADS) bestaat uit een 7-item depressieschaal en een 7-item angstschaal. Het invullen van de lijst vereist geen training.

Praktische bruikbaarheid
Het invullen van de HADS kost 5 minuten. De items worden beantwoord op een 4-puntsschaal (0-3). Opsomming van de scores op de items kost 1-2 minuten en resulteert in een score range van 0-21 voor de depressie- en angstschaal. Hoge scores wijzen op meer klachten. Een score tussen 0 en 7 sluit depressie/angststoornis uit. Een score van 8-10 wijst op een mogelijke depressie/angststoornis. Een score van 11-21 is indicatief voor een vermoedelijke depressie/angststoornis.

(HADS). De HADS is zeer sensitief, maar weinig specifiek. Dit betekent dat weinig depressies gemist zullen worden, maar dat er nogal wat vals-positieve uitslagen zullen zijn, waarbij de patiënt niet depressief blijkt te zijn, maar wellicht wel begeleiding behoeft. Een score op de HADS van totaal >12,  of >8 op de depressie items, is reden voor verdere inventarisatie en eventuele verwijzing. Omdat de HADS een screeninginstrument is, zal de diagnose depressie nooit gesteld worden aan de hand van de HADS, maar aan de hand van de DSM IV criteria.

Betrouwbaarheid
De betrouwbaarheid van de HADS in de werkende bevolking is goed. De interne consistentie  ligt tussen de 0,84 en 0,86 (
De Croon e.a., 2005). De test-hertest correlaties bij werknemers met een psychische aandoening is over een periode van 3, 6 en 12 maanden achtereenvolgens 0,64, 0,57 en 0,51 voor de angstschaal en 0,73, 0,61 en 0,50 voor de depressieschaal (De Croon e.a., 2005). Omdat psychische klachten in korte tijd kunnen veranderen, lijken deze test-hertest correlaties de betrouwbaarheid van de HADS in de bedrijfsgezondheidszorg te ondersteunen.

Validiteit
De constructvaliditeit van de HADS is goed. In de populatie van 188 werknemers die verzuimen door psychische klachten correleert de HADS sterk met andere bekende vragenlijsten die angst en depressie meten en minder sterk met vragenlijsten die andere constructen meten (
Nieuwenhuijsen e.a., 2003). Onderzoek bevestigt verder de factorstructuur van de HADS in de beroepsbevolking (Andrea e.a., 2004). Bovendien laat recent onderzoek zien dat de HADS-schalen differentieel gerelateerd zijn aan werkdruk, regelmogelijkheden en sociale ondersteuning op het werk (Andrea e.a., 2004, Sanne e.a., 2005). Onderzoek (Pearce e.a., 2006) toont verder aan dat de HADS gebruikt kan worden om de impact van chronische aandoeningen op werknemers in kaart brengen.

Diagnostische waarden
De kans dat onterecht de diagnose angst en/of depressie wordt gesteld bij een psychisch verzuimende werknemer met een score van 11 of hoger heeft, is 34-43% . De kans dat terecht een depressie en/of angststoornis wordt uitgesloten wanneer een werknemer een score van 10 of lager heeft, is 85-91% (
De Croon e.a., 2005).

Conclusie, de HADS is geschikt om angst/depressie uit te sluiten, maar ongeschikt om deze aandoeningen vast te stellen.

Verkrijgbaarheid
Ga rechtstreeks naar de Nederlandstalige versie die alleen voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt mag worden of gebruik deze link.

Links

No votes yet

INterventie STudie Eerste Lijn - screen (INSTEL)

INterventie STudie Eerste Lijn (INSTEL) screeningsvragenlijst
Volgens de stuurgroep multidisciplinaire richtlijnontwikkeling GGZ/Trimbos is de INSTEL-screeningsvragenlijst een interview dat heel bruikbaar in de eerste lijn ingezet kan worden.

Validering en betrouwbaarheid
Het is een verbeterde versie van het
Goldberg-screeningsinstrument. Eén ja op de eerste 2 vragen geeft een sensitiviteit van 95,8%, een specificiteit van 80,8%, een PVW (positief voorspellende waarde) van 50,5% en een NVW (negatief voorspellende waarde) van 99,0% voor een depressie en/of een gegeneraliseerde angststoornis.
Als vervolgens op de depressieschaal (6 vragen) 3 of meer ja-antwoorden gegeven worden, is de sensitiviteit 82,5%, de specificiteit 96,5%, de PVW 80,5% en de NVW 97,1%. In vergelijking met het Goldberg-screeningsinstrument kan gemiddeld met 5 in plaats van 11 vragen worden volstaan (Tiemens 1995 ). De betrouwbaarheid en validiteit van dit instrument zijn nog onvoldoende onderzocht.

Beschikbaarheid
U kunt de INSTEL downloaden via het
Tijdschrift voor Psychiatrie.

Bronnen
-
stuurgroep multidisciplinaire richtlijnontwikkeling GGZ/ Trimbos
-
Goldberg 1988
- Tiemens, B.G., Ormel, J., van den Brink, R.H.S., e.a. (1995). Signalering van depressie en gegeneraliseerde angst in de huisartspraktijk. Tijdschrift Sociale Gezondheidszorg, 73, 520-527. (B)

 

update aug 2009

No votes yet

Irational Beliefs Inventory (IBI)

Relevantie en praktische bruikbaarheid
Eén van de criteria voor verwijzing naar de eerste of tweedelijn bij de begeleiding van werknemers met een psychische aandoening is de aanwezigheid van ingesleten irrationele cognities. De Irrational Beliefs Inventory (IBI) kan gebruikt worden om irrationele cognities van een werknemer met een psychische aandoening te kwantificeren. Bij een hoge IBI-score (>150) kan overwogen worden om de werknemer te verwijzen.

Beschrijving
De
Irrational Beliefs Inventory (IBI) is ontwikkeld door Koopmans e.a. (1994) en meet de mate van irrationele cognities. De IBI bestaat uit 50 uitspraken verdeeld over vijf schalen:

  • piekeren (12 uitspraken over zorgen maken over mogelijke problemen)
  • rigiditeit (14 uitspraken over rigide waarden en normen over zichzelf en anderen)
  • behoefte aan waardering (7 uitspraken over afhankelijkheid van goedkeuring door anderen om gelukkig te kunnen zijn)
  • externe controle (7 uitspraken over de mate waarin ongeluk en fouten worden toegeschreven aan externe omstandigheden in plaats van het eigen handelen)
  • probleemvermijding (10 uitspraken over problemen uit de weg gaan in plaats van ze onder ogen te zien)

Scoring en normering
De werknemer wordt gevraagd aan te geven in welke mate hij of zij het met de desbetreffende uitspraak eens of oneens is (1 = sterk mee oneens, 2 = mee oneens, 3 = neutraal, 4 = mee eens, 5 = sterk mee eens). Door de score op de verschillende uitspraken van de (sub)schaal op te tellen (eventueel na spiegeling) wordt een schaalscore verkregen. De uitgever van de IBI heeft normscores beschikbaar voor gezonde personen.

Normscores voor werknemers met een psychische aandoening die begeleid worden door de bedrijfsarts zijn gegenereerd door
Nieuwenhuijsen et al 2007. De gemiddelde IBI score voor overspannen werknemers is 140,4 (SD 16,4), voor werknemers met een depressie 143,2 (SD 16,4), voor werknemers met een angststoornis 150,6 (SD 16,1) en voor werknemers met een depressie en een angststoornis 164,4 (SD 18,0).

Betrouwbaarheid en validiteit
Uit onderzoek met de IBI blijkt dat de afzonderlijke schalen voldoende betrouwbaar en valide zijn voor grootschalig onderzoek. Daarnaast kan de totale IBI-schaal gebruikt worden op individueel niveau (
Bridges e.a. 2002, Koopmans e.a., 1994; Emanuels-Zuurveen e.a., 1996).

Praktische bruikbaarheid
Eén van de criteria voor verwijzing naar de eerste of tweedelijns bij de begeleiding van werknemers met een psychische aandoening is de aanwezigheid van ingesleten irrationele cognities. De IBI kan gebruikt worden om irrationele cognities van een werknemer met een psychische aandoening te kwantificeren. Bij een hoge IBI-score (>150) kan overwogen worden om de werknemer te verwijzen.

Verkrijgbaarheid
De IBI is te downloaden bij het
Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken (NCGv)


update KN 30 juli 2009

No votes yet

Mini-International Neuropsychiatric Interview (MINI)

Doel
Deze lijst is bedoeld voor de classificatie van de belangrijkste As I psychische stoornissen volgens de DSM-IV en de ICD-10 door een klinicus.

Validatie en betrouwbaarheid
Sheenan et al, (1998) beschrijven hoe tot de ontwikkeling van de MINI is gekomen inclusief de validatie ervan. Meer recent heeft van Vliet (2007) over de psychometrische kwaliteit geschreven. Zijn conclusie is dat de MINI praktisch toepasbaar is en gemakkelijker af te nemen dan bijvoorbeeld de CIDI.

Duur
De MINI kan in ongeveer 15 tot 30 minuten worden afgenomen.

Beschikbaarheid
Via het
Tijdschrift voor Psychiatrie kunt u de MINI downloaden. Voor het afnemen van de MINI kunt u een training volgen. Hierover kunt u informatie opvragen bij mw.dr.I.M. van Vliet, psychiater chef de (poli)clinique afdeling Psychiatrie B1-P Leids Universitair Medisch Centrum Postbus 9600 2300 RC Leiden tel. 071-5263785/3448 tel. spreekuur dagelijks 9.15-10 uur.

Bronnen:
- Sheenan, D.V., Lecrubier, Y., Scheenan, K.H., Amorim, P., Janavs, J., Weiller, E., Hergueta, T., Baker, R., Dunbar, G.C., 1998, The Mini-International Neuropsychiatric Interview (M.I.N.I.): the development and validation of a structured diagnostic psychiatric interview for DSM-IV and ICD-10. J Clin Psychiatry. 1998;59 Suppl 20:22-33;quiz 34-57
-
I.M. van Vliet, E. de Beurs, 2007, The mini-International Neuropsychiatric Interview. A brief structured diagnostic psychiatric interview for DSM-IV en ICD-10 psychiatric disorders. Dutch Journal of Psychiatry 49 (2007) 6, 393-397

MINI op Google

update sept 2009 ml

 

No votes yet

Montgomery-Asberg Depression Rating Scale (MARS)

Doel
De MARS is een gevalideerde vragenlijst om depressie vast te stellen.

Wetenschap
Thorndike publiceerde in 2009 een interessant artikel over de webbased toepassing van de MARS en vergeleek dit met enkele andere vragenlijsten (BDI). Gelet op het toenemende gebruik van het web voor screening, begeleiding en monitoring is dat artikel de moeite waard.

Beschikbaarheid
U kunt de Nederlandstalige MARS downloaden via het
Tijdschrift voor Psychiatrie.

Bronnen

- Thorndike F.P., Carlbring P., Smyth F.L. , Magee J.C., Gonder-Frederick L., Ost L., Ritterband L.M., 2009, Web-based measurement: Effect of completing single or multiple items per webpage. Computers in Human Behavior, vol 25 (2) pg 393-401

 

update sept 2009

No votes yet

Perspectief bieden

Het bieden van perspectief is een belangrijke interventie. De multidisciplinaire richtlijn overspanning/burnout beveelt aan dat binnen 2 weken, na het optreden van verzuim, minstens de volgende interventies geboden worden: voorlichting, geven van perspectief en een activerende en structurerende begeleiding (door bedrijfsarts en/of huisarts).

Het bieden van perspectief is essentieel in de zogenaamde crisisfase; het hebben van perspectief draagt bij aan het accepteren van de huidige situatie en aan het krijgen van rust in het hoofd waardoor beter tot de volgende taken gekomen kan worden (vinden van overzicht over problemen en oplossingen). Door het vooruitzicht (perspectief) te bieden dat herstel (goed en vlot) mogelijk is worden vertrouwen en beheersbaarheid  bevorderd.

Perspectief bieden blijft ook na de crisisfase belangrijk. Om perspectief te bieden kan het helpen om onderstaande informatie in het gesprek in te brengen;

  • vertellen dat zij zich niet onderscheiden van "normale" mensen. Iedereen kan overspannen raken of in een stevige dip terecht komen. Er is geen reden voor ongerustheid.
  • De meeste werknemers met een psychische aandoening herstellen snel.
  • Bij een actieve aanpak blijkt 75% van alle werknemers met een overspanning binnen 12 weken hersteld. Na een half jaar is bijna iedereen weer de oude.
  • Bij een meespelende depressie en/of angststoornissen duurt het herstelproces gemiddeld wat langer maar is herstel nog steeds goed mogelijk.
  • In het algemeen verloopt het herstelproces vlotter bij een activerende begeleiding.

Interessante hulpdocumenten
- voorlichting geven
- rationale geven

No votes yet

Positief etiketteren

Doel
Positief etiketteren heeft het doel belemmerende gedachten, blokkades voor herstel weg te nemen. Het betreft blokkades die voortkomen uit een eenzijdig negatief beeld dat betrokkene van zichzelf of zijn situatie heeft. Juist bij mensen met psychische problemen bestaan vaak schuldgevoelens bijvoorbeeld over hun beleving collega’s of het thuisfront in de steek te laten. Zij zijn van mening te falen. Hoezeer dit ook waar mogen zijn, positieve aspecten van het gebeuren blijven onderbelicht.
Waak ervoor de situatie of het gedrag te bagatelliseren of om klakkeloos te zoeken naar positieve interpretaties. Positief etiketteren kan het beste gezien worden als een therapeutische houding die ten doel heeft het positieve van bepaald gedrag of van de situatie naar voren te halen en te belichten, in plaats van vooral te zoeken naar negatieve confronterende aspecten.

Voorbeelden
Overspannen werknemers zijn vaak tot het einde gegaan om piekbelasting het hoofd te bieden, zij hebben vaak geen verlof opgenomen, zij bleven openstaan voor de problemen van anderen ondanks stress- en vermoeidheidsklachten.Als dit het geval is bij een overspannen werknemer, dan kan juist dat in de begeleiding benadrukt worden (= positief heretiketteren).
Of een ander positief aspect is dat de werknemer zich gelukkig mag prijzen dat hij op deze manier een signaal krijgt van zijn lichaam voordat grotere schade optreedt (ook bij mensen die zich preventief met verzuim melden). ' dat komt omdat ik zo'n zeur ben' kan bijvoorbeeld positief gelabeld worden met 'u denkt kennelijk kritisch na'.

Niet verwarren met
Positief etiketteren mag je niet verwarren met steunen. Met steunende opmerkingen wordt geprobeerd de client zijn situatie minder negatief te doen inzien. Positief etiketteren is evenmin hetzelfde als complimenteren. Complimenten bekrachtigen een bestaande situatie of gedragskenmerk. Positief etiketteren is veranderingsgericht; werpt een ander licht op gedrag of plaatst dat in een andere context.

Voor het positief (her)etiketteren geldt hetzelfde als voor het geven van een rationale, het kan meteen bij een eerste contact worden toegepast maar ook in een later stadium van de begeleiding toegepast.

Bij positief etiketteren kan het helpen te denken in kernkwadranten; gedrag dat ervaren wordt als ‘negatief’ is vaak ‘te veel’ van een bepaald gedrag dat in de kern positieve elementen kent;
zeuren --> kritisch over zaken mee denken

Bronnen:
- Psychische Problemen en werk, van der Klink J.J.L en van der Klink J.J.C.


update 9 sept 2009 ml

 

No votes yet

Praatadviezen

Doel
Mensen met psychische problematiek steunen bij het herkrijgen van de eigen regie en van overzicht.

Wat
Werknemers met een psychische aandoening kunnen problemen ervaren in het bespreken van hun situatie met de omgeving. De angst om emotioneel te worden indien met een collega of leidinggevende hierover een gesprek wordt gevoerd kan groot zijn. Om dit probleem beter beheersbaar te maken kunt u werknemers met een psychische aandoening de opdracht geven structuur aan te brengen in hetgeen men wel of niet aan wie kwijt wil.

Voorbeelden:
- aan bekenden wel de inside story geven en daarmee oefenen
- de hoofdzaken die belangrijk zijn voor het functioneren in de betreffende situatie vooraf op papier zetten als kapstok voor het te voeren gesprek
- het komende gesprek oefenen met een vertrouweling of de bedrijfsarts
- ondersteuning bij het gesprek vragen en er een drie-gesprek van maken met een gesprekspartner die voor beiden (werknemer en leidinggevende) voldoende vertrouwen biedt

update sept 2009

 

 

 

 

No votes yet

Rationale geven

Bij wie: werknemers met een psychische aandoening 
In welke fase: vooral in crisisfase, maar ook bruikbaar daarna.

wat is een rationale
Een rationale is een verklaring voor de negatieve toestand waarin een overspannen werknemer zich bevindt (spanningsklachten, gevoel geen controle te hebben et cetera). Het geven van zo'n acceptabele verklaring blijkt in het algemeen het herstel in klachten en functioneren te bevorderen. Het geven van een rationale voor overspanning kan met verhalende tekst alleen maar is, voor visueel ingestelde mensen, erg sterk wanneer gebruik wordt gemaakt van metaforen. Een voorbeeld hiervan is de weegschaalmetafoor.

Voorbeeld Weegschaalmetafoor
Een werknemer kan goed functioneren wanneer er een evenwicht is tussen de gestelde eisen (verplichtingen, problemen en levensgebeurtenissen) en zijn belastbaarheid (aanleg, geestelijke en lichamelijke ontwikkeling, vrijheid en mogelijkheden in het werk, sociale ondersteuning). Wanneer de belasting hoger is dan de belastbaarheid slaat de weegschaal door en ontstaat na verloop van tijd overspanning of burnout. Door met een rationale op eenvoudige wijze uit te leggen waarom de werknemer overspannen is, kan de werknemer zijn situatie beter accepteren. Een rationale geeft verder concrete aanknopingspunten voor het herstel van de overspannen werknemer. In het geval de weegschaalmetafoor van toepassing is op de medewerker betekent dit dat hij:

  • de eisen van het werk (en thuissituatie) moet verminderen, bijvoorbeeld door minder te gaan werken, minder verplichtingen aan te gaan etcetra en/of 
  • hij moet de draagkracht vergroten, bijvoorbeeld door rust en ontspanning beter in te plannen, meer sociale steun mobiliseren, assertiever optreden et cetra.

Meer voorbeelden
De onderstaande metaforen voor het geven van een rationale bij overspanning kunnen worden gebruikt (afkomstig van cursisten van ArboUnie en van Van der Klink en Terluin, 2005).

Let bij het gebruik van een metafoor er wel op dat hiermee inderdaad invulling gegeven wordt aan de rationale;
- acceptabele verklaring (voor de patient acceptabel)
- die een zekere voorlichting geeft over hoe hij zo in deze toestand gekomen is
- met voldoende perspectief en aanknopingspunten voor verdere begeleiding

update sept 2009 ml

No votes yet

Return to Work Exposure (RTW-E)

Praktische interventie bij psychisch verzuim:
Werkopbouw volgens Return-to-work Exposure (RTW-E)

Een RTW-E opbouw van het werk bestaat uit een geleidelijke opbouw van werkuren gecombineerd met de gelijktijdige opbouw van moeilijkere werktaken. Bij deze interventie leert de werknemer direct vanaf het begin van de re-integratie beter omgaan met moeilijke of stressvolle werksituaties. De praktijk anno 2009 is vaak anders. Uitbreiding van de werkbelasting op basis van aantal te werken uren heeft nog de meeste aandacht bij re-integratie. Traditioneel wordt begonnen met gemakkelijke taken of situaties. Het omgaan met de meest lastige situaties wordt vooruit geschoven of vermeden. Hierdoor kan het herstel stagneren en duurt volledige re-integratie langer.
Een geleidelijk werkopbouw volgens RTW-E is gebaseerd op de exposure in vivo benadering bij angststoornissen. Bij deze gedragtherapeutische behandeling wordt de patiënt geleidelijk blootgesteld aan de angstprikkel. Deze werkwijze vermindert angst effectief.

Past bij NVAB-richtlijn Psychische problemen
De RTW-E werkopbouw past in de gereedschapskist van de bedrijfsarts en sluit naadloos aan bij de herziene
NVAB-richtlijn ‘handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met psychische problemen’. De interventie was reeds benoemd in de richtlijn, maar concrete uitwerking ontbrak tot nu toe. 

Effectiviteit wordt onderzocht
Of de RTW-E werkopbouw verzuim ook daadwerkelijk effectief vermindert wordt onderzocht door het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid (AMC-UvA). De onderzoeksresultaten van een RCT-studie naar deze aanpak komen eind 2009 beschikbaar.

Toepassing en beschikbaarheid
Noordik et al. (2009) publiceerden inmiddels wel de opzet van hun studie. Dit artikel beschrijft bovendien hoe de bedrijfsarts de RTW-E werkopbouw kan toepassen in de eigen praktijk.
Voor het uitvoeren van de RTW-E werkopbouw zijn concrete tastbare instrumenten beschikbaar zoals een patiëntenfolder en huiswerkopdrachten die u via onderstaande link kunt downloaden.

Bron:

- Erik Noordik, Frank J van Dijk, Karen Nieuwenhuijsen, and Jac JL van der Klink, Effectiveness and cost-effectiveness of an exposure-based return-to-work programme for patients on sick leave due to common mental disorders: design of a cluster-randomized controlled trial, BMC Public Health. 2009; 9: 140. Published online 2009 May 13. doi: 10.1186/1471-2458-9-140. Received February 15, 2009; Accepted May 13, 2009.

Link naar:
-           Patiëntenfolder: 
Nederlands en Engels
-           Huiswerkopdrachten:
Nederlands en Engels

 

No votes yet

Return to work calculator®

Doel
Het kunnen doen van een voorspelling over de werkhervatting bij psychische aandoeningen. Dit is belangrijk om een tweetal redenen.

  • Op basis van deze voorspelling kan een deel van de werknemers met een groot risico op langdurige uitval worden herkend en kan vroegtijdig worden ingegrepen.

  • Met deze voorspelling kan een betere bijdrage geboden worden aan het opstellen van een beter haalbaar tijdcontingent werkhervattingsplan. Dit kan de kans op een foute inschatting verkleinen en daarmee de uiteindelijke werkhervatting een duw in de rug geven.

Wetenschappelijk
Door Nieuwenhuijsen e.a. (2006) is informatie over voorspellers van duur tot terugkeer naar werk bij werknemers met een psychische aandoening bestudeerd en samengevat in een clinical prediction rule. In samenwerking met de NSPOH is deze clinical prediction rule omgevormd in een elektronische 
Return to work calculator®. Met de Return to work calculator® kan binnen no-time een voorzichtige grove voorspelling over de verzuimduur worden gedaan. Voor het doen van een prognose met de calculator heeft u informatie nodig over de leeftijd van de werknemers, diens opleiding en zijn eigen inschatting over de duur tot aan werkhervatting. Daarnaast moet u weten wat de diagnose is (overspanning, depressie of angststoornis).

Beschikbaarheid
Klik
hier om naar de Return to work calculator® toe te gaan.

Bronnen
Nieuwenhuijsen, K., Verbeek, J.H.A.M., de Boer, A.G.E.M., Blonk, R.W., van Dijk, F.J.H. 2006, Predicting return to work in patients with common mental disorders in occupational health care, Scand J Work Environ Health vol. 32(1), pp. 67-74.

update sept 2009 ml

No votes yet

Schokverwerkingslijst (SVL)

Beschrijving
De SchokVerwerkingslijst (SVL) (Brom en Kleber, 1985) is de Nederlandse versie van de Impact of Events Scale (Horowitz e.a., 1979). De SVL meet twee belang­rijke kenmerken van de verwerking van een ingrijpende gebeurtenis, namelijk Herbeleving en Vermijding. De SVL bestaat uit 15 items, waarvan er zeven betrekking hebben op Herbeleving en acht op Vermijding van gedachten en gevoelens over de gebeurtenis. 

Scoring en normering
De respondent wordt gevraagd op een 4-punt schaal aan te geven of het betreffende item aanwezig is (0 = helemaal niet; 1 = zelden; 3 = soms; 5 = vaak). Schaalscores worden berekend door de scores op de items op te tellen. Een score van 26 of hoger op de totale SVL-schaal wijst op het bestaan van een Posttraumatische Stress-stoornis (PTSS).

Onderzoek
De psychometrische eigenschappen zijn door Van der Ploeg e.a. (2004) onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat de SVL betrouwbaar en constructvalide is. 

Praktische bruikbaarheid
De SVL is een geschikt instrument voor gebruik in de Arbopraktijk. Met het instrument kunnen (veranderingen in) reacties op ingrijpende gebeurtenissen worden gemeten. Bovendien kan de SVL gebruikt worden ter ondersteuning van de diagnostiek van PTSS.

Verkrijgbaarheid
U kunt de SVL downloaden via het Tijdschrift voor Psychiatrie.

Literatuur

- Brom, D. en Kleber, R.J. (1985). De Schok Verwerkings Lijst. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie. 40; 164-168.

update sept 2009

 

No votes yet

Signaallampje

Verzuim door psychische aandoeningen in het verleden is de sterkste voorspeller van verzuim door psychische aandoeningen in de toekomst. Veel werknemers met een psychische aandoening vallen dan ook één of meerdere keren na herstel en werkhervatting terug. Om die reden is terugvalpreventie een aandachtspunt in de richtlijn ‘psychische klachten’ van de NVAB.

Leren op basis van eigen ervaringen werkt sterker dan leren uit boeken. Bij terugvalpreventie kan daarvan dankbaar gebruik gemaakt worden. Door de werknemer te vragen terug te kijken op zijn ziekte- en herstelproces, leert de werknemer zijn vroege alarmsignalen te herkennen. En hij weet uit ervaring wat hem helpt en geholpen heeft om weer in balans te komen. Om dat op een praktische manier te doen zodat ook de leidinggevende er handvatten aan kan ontlenen is de signaallampmethodiek uitgewerkt.

De signaallampmethodiek is in de praktijk van Arbo Unie ontstaan en door Anneke Nieuwe Weme en Monique Loo (beiden destijds bedrijfsarts en trainer Arbo Unie) verder ontwikkeld en getest. Bijzonder is dat het oorspronkelijke idee van de methodiek door een patiënt zelf is ingebracht. In de praktijk is de methodiek inmiddels breed uitgezet onder andere binnen Philips Nijmegen, scholen, gemeentes, en de bouwsector. De signaallampmethodiek bestaat uit de onderstaande vier onderdelen: 

Door op de bovenstaande items te klikken kunt u de onderdelen van de signaallampmethodiek downloaden.

De redactie bedankt Arbo Unie voor het beschikbaar stellen van dit instrument.

 

No votes yet

Stemmingsstoornisvragenlijst (MDQ-NL)

Doel
De MDQ-NL is een van de eerste zelfinvulvragenlijsten waarmee de manisch-depressieve stoornis opgespoord kan worden. De lijst is met name gericht op het voorkomen van
(hypo)mane verschijnselen. Vaak worden deze onvoldoende uitgevraagd bij patienten die zich met depressieve klachten melden bij de hulpverlening en ook bij patienten met een ontremde episode komen deze symptomen niet altijd even helder aan bod.

Wetenschappelijk
Postma (2008) heeft voor de Nederlandse versie gezorgd. Hoewel de validiteit niet specifiek voor de Nederlandse vertaling is onderzocht refereert hij aan onderzoeken waarbij de validiteit steeds goed blijkt na vertaling in diverse andere talen. In het algemeen stelt hij dat d
e voorspellende waarden van de MDQ duidelijk maken dat het instrument vooral een bipolaire stoornis uitsluit bij een negatieve uitslag, terwijl bij een positieve screening er aanleiding is tot een nader gesprek met de patiënt of een heteroanamnese of eventueel verwijzing naar een psychiater met als resultaat betere herkenning en behandeling van een bipolaire stoornis. De positief voorspellende waarde ligt in de range 0,45 - 0,76 en de negatief voorspellende waarde 0,89 - 0,97.

Beschikbaarheid
U kunt de MDQ-NL downloaden via het
Tijdschrift voor Psychiatrie.

Bronnen
- D.H.Postma en P.F.J.Schulte. De stemmingsstoornisvragenlijst (MDQ-NL), een hulpmiddel voor betere herkenning van een bipolaire stoornis. Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:1865-70).

update sept 2009 ml

 

 

No votes yet

Stressoren Inventarisatie

Doel
Ondersteunen van de patient bij het verkrijgen van overzicht van de mogelijk meespelende factoren voor het ontstaan en bestaan van zijn psychische klachten. Na het overzicht van mogelijke factoren wordt gewerkt aan het verkrijgen van bijpassende oplossingen. Dit instrument kan nog niet in de crisisfase aangeboden worden.

Opdracht
De werknemer met een psychische aandoening krijgt de opdracht een lijst van vijf tot zeven concrete stressoren in of buiten het werk op te stellen. Hierdoor krijgt de werknemer overzicht over zijn problemen en wordt het zoeken naar oplossingen vergemakkelijkt. Door een beginstructuur aan te bieden, bijvoorbeeld door thema’s zoals werkdruk, relatie met leidinggevende te noemen, kan de werknemer op weg worden geholpen. Als de lijst compleet is kunnen de problemen worden onderverdeeld naar problemen die wel of niet; en op welke termijn beïnvloedbaar zijn.

Klik hier voor een handzaam formulier met instructies voor de bedrijfsarts en werknemer om deze interventie uit te voeren. De redactie dankt dr. Jac van der Klink voor het beschikbaar stellen van dit instrument.

 

No votes yet

Tool voor georganiseerd piekeren

Doel
Werknemers met een psychische aandoening die overmatig piekeren ondersteunen om het piekeren effectief te maken.

Methode
Door werknemers met een psychische aandoening op vaste tijden georganiseerd te laten piekeren kan overmatige bezorgdheid en overmatig piekeren worden bestreden.

Tijdens de piekersessies schrijft de werknemer probleemgedachten op en stelt zich bij iedere gedachte de vraag in hoeverre die gedachte “waar” is en in hoeverre die probleemgedachte de werknemer helpt bij zijn herstel.

Beschikbaarheid
De toelichting voor de werknemer en een hulpmiddel zijn gratis beschikbaar. Klik hier voor een handzaam formulier om deze interventie uit te voeren.

 

upd sept 2009 ml

 

No votes yet

Tool voor relaxatie training

Doel
Werknemers met een psychische aandoening hebben in de eerste fase van de aandoening vaak last van vermoeidheid en spanningsgevoelens. Rusten en ontspannen, bijvoorbeeld met ontspanningsoefeningen, zijn onderdelen van de hersteltaken in deze eerste fase. Sommige werknemers kunnen dat echter niet meer zelf actief bereiken. Dit hulpmiddel kan hen helpen zich beter bewust te worden wat ontspanning voor hun betekent; hoe het voelt.

Methode
Ontspanning kan worden gerealiseerd door routinematige activiteiten te verrichten zoals fietsen, schoonmaken, opruimen, klussen en dergelijke. Ook door spieren te leren spannen en ontspannen kan ontspanning worden verkregen. Dergelijke ontspannings- of relaxatie-oefeningen kan de werknemer zichzelf eigen maken met behulp van een
instructieformulier.

Wetenschappelijk
ontbreekt elk bewijs dat ook op de lange termijn relaxatie-oefeningen (alleen) voldoende effectief zijn voor het herstel. In de eerste fase van verzuim en uitval door klachten kan tijdelijk deze ondersteuning aangeboden worden maar daarnaast zal ook altijd dagstructuur en de gezonde afwisseling met inspanning aan bod dienen te komen.


update sept 2009 ml

No votes yet

Voorlichting geven

Doel
Vooral in de eerste fase van verzuim en taakuitval ondersteuning en perspectief bieden.

Achtergrond
Het leven stelt voortdurend bepaalde eisen aan mensen. Werk is in veel gevallen het levensgebied waar die eisen het meest duidelijk geformuleerd zijn; in de huidige doelstellingen en output vaak zelfs in maat en getal. Door veranderingsprocessen, kwaliteitseisen en productienormen ervaren velen een constant hoge belasting. Daarnaast zijn er altijd nog andere verplichtingen: huishoudelijke taken, opvoedingstaken, verplichtingen jegens familie, verbouwingen, vrijwilligerswerk, cursussen, deelname aan verenigingen, sport of hobbyclubs, etcetra. Naast de verplichtingen kunnen mensen nog de belasting ondervinden van levensgebeurtenissen zoals een huwelijk, sterfgevallen, ongevallen, ernstige ziekte, confrontatie met criminaliteit en kinderen krijgen.

Wat iemand aan belasting kan hebben wordt grotendeels bepaald door iemands aanleg, de vrijheid en mogelijkheden die hij of zij heeft om met de belasting om te gaan en de steun die hij of zij ondervindt vanuit zijn omgeving. Belastbaarheid is dus niet uitsluitend een eigenschap van de persoon maar wordt in belangrijke mate mede bepaald door de (steun vanuit de) omgeving en de ruimte die de omgeving biedt.

Een persoon kan goed functioneren wanneer er een evenwicht is tussen de gestelde eisen (het totaal van verplichtingen, problemen en levensgebeurtenissen; de belasting) en zijn belastbaarheid. De situatie is in balans. Stress ontstaat wanneer er geen evenwicht is tussen de eisen die iemand zich gesteld ziet en de vermogens die hij meent te hebben. Soms gaat het om eisen die iemand zichzelf stelt. Het gaat, zoals uit de formulering blijkt, niet alleen om een feitelijke objectieve situatie, maar zeker ook om de wijze waarop iemand deze situatie interpreteert. Daar waar waargenomen eisen en mogelijkheden niet in balans zijn, treden fysieke en psychische reacties op.

Weegschaal-metafoor
De weegschaalmetafoor is een veel gebruikte metafoor tijdens het aanbieden van voorlichting. Aan de metafoor van de weegschaal zijn een aantal interessante conclusies te verbinden. De eerste is dat de weegschaal op twee manieren uit balans kan raken: de eisen zijn te hoog voor de draagkracht, maar ook kunnen de eisen te licht zijn voor de draagkracht. Een tweede conclusie is dat het bij disbalans niet altijd nodig is om de eisen terug te brengen, men kan er ook voor kiezen om de draagkracht te vergroten door ondersteunende maatregelen. Toch zal het duidelijk zijn dat men niet onbegrensd gewichten in de schaal kan leggen, ook al zou het evenwicht in stand blijven door een gelijke verdeling over de twee schalen.

Interessante hulpdocumenten
- Perspectief bieden
- Rationale geven


update sept 2009 ml

 

No votes yet

Opvraagbaar

Your rating: Geen Average: 2.5 (2 votes)

De Effort-Reward-Imbalance Questionnaire (ERI-Q)

Beschrijving
De Effort-Reward Imbalance Questionnaire (ERI-Q) is ontwikkeld door Siegrist en Peter (1996). Met de ERI-Q kunnen enkele werk- en persoonsaspecten van een werknemer in kaart worden gebracht, waarbij het ERI-model als theoretisch kader fungeert (klik hier voor informatie). Naast enkele demografische gegevens omvat de ERI-Q de volgende schalen:

  • inspanningen op het werk (o.a. tijdsdruk, taakinterrupties en fysieke inspanning)
  • beloningen in het werk (zoals salaris, waardering, baanzekerheid, statusbehoud en promotiekansen)
  • overcommitment (streberig gedrag, moeite om het werk van zich af te zetten, behoefte aan goedkeuring en waardering)

Onderzoek 
Er is relatief veel onderzoek met de ERI-Q verricht. Uit dat onderzoek komt naar voren dat de ERI-Q valide en betrouwbaar is en een groot aantal gezondheidsuitkomsten (waaronder burnout, hart- & vaataandoeningen en ziekteverzuim) voorspelt, met name bij gebruik in grootschalige databases (zie bijvoorbeeld Siegrist e.a., 2004; Van Vegchel e.a., 2005). Door De Jonge e.a. (2005) is de ERI-Q in het Nederlands vertaald en gevalideerd, hij deed bovendien een uitgebreide review.

Verkrijgbaarheid
Voor het meten van de werk- en persoonskenmerken uit het ERI-Model zijn zelfrapportage vragenlijsten beschikbaar, namelijk de Effort-Reward Imbalance Questionnaire (ERI-Q). Sinds het najaar van 2004 zijn de scoringspatronen van de ERI-Q aangepast. De meest recente Nederlandstalige ERI-Q is verkrijgbaar bij JandeJonge.nl - Home. Daarvoor dient eerst via email bij Jan de Jonge een inlog en wachtwoord aangevraagd te worden (gratis) via mail aan j.dejonge@jandejonge.nl

update sept 2009 ml

 

No votes yet

General Health Questionnaire (GHQ)

Beschrijving
De General Health Questionnaire (GHQ) is een zelfrapportagelijst voor het meten van psychische klachten, namelijk slapeloosheid, angstklachten, sociaal disfunctioneren en depressie. Er zijn drie versies: de GHQ-12 bestaande uit 12 items, de GHQ-28 bestaande uit 28 items en de GHQ-30 bestaande uit 30-items. Zie voor een uitgebreide recente beschrijving Jackson (2007).
Webbased gebruik
De bruikbaarheid en goede psychometrische eigenschappen zijn ook getest en akkoord bevonden wanneer de GHQ-28 online gebruikt wordt (Vallejo et al, 2007)

Scoring en normering
De GHQ kan voor twee doeleinden gebruikt worden, namelijk

  • om het niveau van psychische klachten te meten 
  • om mensen met een milde psychische aandoening (met name angst en depressie) te herkennen (screeningsinstrument).

Wanneer de GHQ voor het eerste doel wordt gebruikt, wordt de Likert-scoring methode toegepast(0,1,2,3). Voor het tweede doel wordt de oorspronkelijke GHQ-scoring methode toegepast (0,0,1,1). Voor het tweede doel zijn afkappunten vastgesteld. Zo hebben werknemers met een score van 4 of hoger op de GHQ-12 (range van 0-12) een reële kans op een milde psychische aandoening.

Onderzoek
Binnen het PVA-programma is veel onderzoek met de GHQ-12 verricht (o.a. Bültmann e.a., 2002a, 2002b, 2002c,). Dit onderzoek laat zien dat:

  • de GHQ sterk samenhangt met de Checklist Individuele Spankracht (CIS)
  • 23% van de werkenden boven het afkappunt (>3) van de GHQ-12 scoort
  • Ongunstige werkkenmerken (werkdruk, weinig regelmogelijkheden, weinig steun, emotionele belasting en conflicten) verhoogde GHQ-scores voorspellen.
  • Alcoholgebruik en lichamelijke inactiviteit verhoogde GHQ-scores voorspellen in mannen

Bruikbaarheid in de praktijk
Binnen de Arbodienstverlening is de GHQ een geschikt instrument om het niveau van psychische klachten en het vóórkomen van psychische aandoeningen in groepen werknemers vast te stellen. Op individueel niveau zou de lijst gebruikt mogelijk bedrijfsartsen kunnen ondersteunen in de herkenning van werknemers met een psychische aandoening. Kennis over de bruikbaarheid van de GHQ binnen de bedrijfsgezondheidszorg ontbreekt echter tot op heden. De GHQ is verkrijgbaar bij Swets en Zeitlinger

Beschikbaarheid
- Engelse versie (vragenlijst en score-toelichting)

Bronnen en literatuur
- Miguel A Vallejo, PhD, Carlos M Jordán, MS Psych, Marta I Díaz, PhD, María I Comeche, PhD, and José Ortega, MS Psych, 2007, Psychological Assessment via the Internet: A Reliability and Validity Study of Online (vs Paper-and-Pencil) Versions of the General Health Questionnaire-28 (GHQ-28) and the Symptoms Check-List-90-Revised (SCL-90-R). J Med Internet Res. 2007 Jan–Mar; 9(1): e2. Published online 2007 January 31. doi: 10.2196/jmir.9.1.e2. PMCID: PMC1794673
- Craig Jackson., The General Health Questionnaire, 2007, Occupational Medicine 2007;57:79. doi:10.1093/ occmed/kql169

Voor een overzicht van alle mogelijke vertalingen van de lijst

update sept 2009 ml

 

No votes yet

De PBL - beoordeling psychische beperkingenlijst

De Psychische Beperkingen Lijst (PBL)

Beschrijving (overgenomen uit Doeglas e.a.,  2003)
De Psychische Beperkingen Lijst is ontwikkeld door Doeglas e.a. (2003), met als doel om beoordelaars van psychische klachten (zoals bijvoorbeeld bedrijfsartsen, verzekeringsartsen of arbo-artsen) in staat te stellen om op gestandaardiseerde wijze en zo objectief mogelijk psychische beperkingen te beoordelen en in een score uit te drukken. De PBL bestaat uit 10 verschillende domeinen van psychische beperkingen die zijn onder te verdelen in drie dimensies van psychische functioneren:

  • cognitief functioneren (geheugen, aandacht vasthouden, aandacht verdelen, helder denken, en  organiseren)
  • emotioneel functioneren (motivatie, vermoeidheid en emotionaliteit)
  • sociaal functioneren (communicatie en sociaal gedrag)

In een veilige omgeving wordt door de beoordelaar voor ieder domein een score toegekend, aan de hand van de indruk die verkregen wordt in het vraaggesprek. Ieder domein wordt door de arts ingeleid. Bijvoorbeeld voor het domein “aandacht vasthouden” luidt de inleiding: “Veel mensen hebben wel eens moeite zich te concentreren. Ze zijn snel afgeleid, raken de draad van een verhaal kwijt of maken meer fouten dan nodig.” De inleiding wordt gevolgd door een centrale vraag: "Hebt u de laatste tijd moeite om uw aandacht erbij te houden?" Eventueel met behulp van hulpvragen ("Hebt u hobby's?", "Hoe gaat dat?", "Bent u snel afgeleid?" enzovoorts) wordt een score toegekend.

Scoring en normering
De score volgt uit een weging van de antwoorden die de patiënt geeft, gecombineerd met de observatie-indrukken van de respondent tijdens het gesprek of andere relevante informatie, bijvoorbeeld van de huisarts. Het functioneren wordt in vier categorieen ingedeeld: 0 - geen beperking; 1 - klachten, maar onvoldoende aanwijzingen om een beperking vast te stellen; 2-een lichte tot matige beperking; en 3-een duidelijke beperking. Voor score 3 geldt dat de werknemer veel moeite heeft om de activiteiten uit te voeren, en dat het functioneren duidelijk (en objectief waarneembaar) beperkt is. Dit blijkt onder andere uit het feit dat de respondent lijdt onder zijn beperking.

Betrouwbaarheid en validiteit
Onderzoek, uitgevoerd door Doeglas en collega's (2003) met de PBL bij 181 respondenten, ondersteunt de factoriële validiteit en de betrouwbaarheid van de PBL. De PBL differentieert tussen (langdurig) niet-werkenden en (gezonde) actief-werkenden. Indien twee artsen met behulp van de PBL dezelfde patient beoordelen, komen zij gemiddeld genomen over alle domeinen in 69% van de beoordelingen tot exact hetzelfde oordeel.

Praktische bruikbaarheid
De PBL biedt artsen de mogelijkheid om op "objectieve" en systematische wijze psychische beperkingen in kaart te brengen. Daarnaast kunnen op basis van de PBL-scores op-maat-gesneden behandelplannen voor werknemers met psychische beperkingen worden uitgewerkt, waarbij bijvoorbeeld gedacht kan worden aan geheugentraining bij cognitieve beperkingen, of een sociale vaardigheidstraining voor hen met sociale beperkingen.

Verkrijgbaarheid
De PBL en de handleiding zijn verkrijgbaar bij Dirk Doeglas van de Rijksuniversiteit Groningen.

update sept 2009 ml

 

No votes yet

General Health Questionnaire (GHQ)

Beschrijving
De General Health Questionnaire (GHQ) is een zelfrapportagelijst voor het meten van psychische klachten, namelijk slapeloosheid, angstklachten, sociaal disfunctioneren en depressie. Er zijn drie versies: de GHQ-12 bestaande uit 12 items, de GHQ-28 bestaande uit 28 items en de GHQ-30 bestaande uit 30-items. Zie voor een uitgebreide recente beschrijving Jackson (2007).

Webbased gebruik
De bruikbaarheid en goede psychometrische eigenschappen zijn ook getest en akkoord bevonden wanneer de GHQ-28 online gebruikt wordt (Vallejo et al, 2007, Wijndaele et al 2007)

Scoring en normering
De GHQ kan voor twee doeleinden gebruikt worden, namelijk

  • om het niveau van psychische klachten te meten 
  • om mensen met een milde psychische aandoening (met name angst en depressie) te herkennen (screeningsinstrument).

Wanneer de GHQ voor het eerste doel wordt gebruikt, wordt de Likert-scoring methode toegepast(0,1,2,3). Voor het tweede doel wordt de oorspronkelijke GHQ-scoring methode toegepast (0,0,1,1). Voor het tweede doel zijn afkappunten vastgesteld. Zo hebben werknemers met een score van 4 of hoger op de GHQ-12 (range van 0-12) een reële kans op een milde psychische aandoening.

Onderzoek
Binnen het PVA-programma is veel onderzoek met de GHQ-12 verricht (o.a. Bültmann e.a., 2002a, 2002b, 2002c,). Dit onderzoek laat zien dat:

  • de GHQ sterk samenhangt met de Checklist Individuele Spankracht (CIS)
  • 23% van de werkenden boven het afkappunt (>3) van de GHQ-12 scoort
  • Ongunstige werkkenmerken (werkdruk, weinig regelmogelijkheden, weinig steun, emotionele belasting en conflicten) verhoogde GHQ-scores voorspellen.
  • Alcoholgebruik en lichamelijke inactiviteit verhoogde GHQ-scores voorspellen in mannen

Bruikbaarheid in de praktijk
Binnen de Arbodienstverlening is de GHQ een geschikt instrument om het niveau van psychische klachten en het vóórkomen van psychische aandoeningen in groepen werknemers vast te stellen. Op individueel niveau zou de lijst gebruikt mogelijk bedrijfsartsen kunnen ondersteunen in de herkenning van werknemers met een psychische aandoening. Kennis over de bruikbaarheid van de GHQ binnen de bedrijfsgezondheidszorg ontbreekt echter tot op heden. De GHQ is verkrijgbaar bij Swets en Zeitlinger.

Beschikbaarheid
- Engelse versie (vragenlijst en score-toelichting)

Bronnen en literatuur
- Miguel A Vallejo, PhD, Carlos M Jordán, MS Psych, Marta I Díaz, PhD, María I Comeche, PhD, and José Ortega, MS Psych, 2007, Psychological Assessment via the Internet: A Reliability and Validity Study of Online (vs Paper-and-Pencil) Versions of the General Health Questionnaire-28 (GHQ-28) and the Symptoms Check-List-90-Revised (SCL-90-R). J Med Internet Res. 2007 Jan–Mar; 9(1): e2. Published online 2007 January 31. doi: 10.2196/jmir.9.1.e2. PMCID: PMC1794673
- Craig Jackson., The General Health Questionnaire, 2007, Occupational Medicine 2007;57:79. doi:10.1093/ occmed/kql169
- Wijndaele. K., Matton. L., Duvigneaud. N., Lefevre.J., Duquet.W., Thomis.M., De Bourdeaudhuij.I., Philippaerts. R., 2007, Reliability, equivalence and respondent preference of computerized versus paper-and-pencil mental health questionnaires Computers in Human Behavior Volume 23,Issue 4 July 2007 970 ISSN:0747-5632

update sept 2009 ml

No votes yet

Herstelbehoefteschaal

De herstelbehoefte-schaal (Meijman en Van Veldhoven, 1994) vormt een onderdeel van de Vragenlijst Beleving en Beoordeling van de Arbeid (VBBA handleiding,). De schaal meet de mate waarin werknemers problemen ervaren in het herstel van geleverde (in)spanningen op het werk. Gezien de geboekte resultaten met de herstelbehoefte-schaal, lijkt de schaal geschikt voor gebruik in de Arbopraktijk.

Inhoud
De schaal omvat 11 uitspraken. De werknemer wordt gevraagd aan te geven of de betreffende uitspraak op hem of haar van toepassing is (0 = nee; 1 = ja). Een voorbeeld van zo'n uitspraak is "Het kost mij over het algemeen meer dan een uur voordat ik helemaal hersteld ben na mijn werk."

Scoring en normering
De scores op de 11 items worden opgeteld en getransformeerd tot een schaalscore die loopt van 0 tot 100. Hogere schaalscores geven een hoger niveau van herstelbehoefte na het werk weer. Voor de herstelbehoefte-schaal is een afkappunt van 6 signalerende antwoorden (schaalscore 54) voorgesteld (Broersen e.a., 2004). Werknemers met een score boven dit afkappunt hebben een verhoogd risico op psychische klachten. De herstelbehoefte-schaal wordt uitgegeven en verwerkt door de Stichting Kwaliteitsbevordering Bedrijfsgezondheidszorg (SKB). Het SKB beschikt over grote referentiebestanden.

Onderzoek
Er is veel onderzoek met de herstelbehoefte-schaal verricht. Dit onderzoek laat onder andere zien dat de herstelbehoefte-schaal:

Praktische bruikbaarheid
Arboprofessionals kunnen de herstelbehoefte-schaal zowel op groepsniveau, bijvoorbeeld in een RI&E, als op individueel niveau, bijvoorbeeld in een PAGO, gebruiken. Voor meer informatie hierover wordt naar de website van de VBBA verwezen.

Verkrijgbaarheid
De herstelbehoefte-schaal is verkrijgbaar bij de SKB Vragenlijstenservice.

update sept 2009 ml

No votes yet

Job Content Questionnaire (JCQ)

Beschrijving
The Job Content Questionnaire (JCQ) is ontwikkeld door Karasek e.a., 1998. Met de JCQ kan de inhoud van de taken van een werknemer, ongeacht zijn of haar beroep, in kaart worden gebracht. De JCQ omvat de volgende schalen:

  • Psychologische taakeisen
  • Sturingsmogelijkheden 
  • Ondersteuning door leidinggevende
  • Ondersteuning door collega's
  • Lichamelijke taakeisen

Onderzoek
Er is zeer veel onderzoek met de JCQ verricht. Uit dat onderzoek blijkt dat de JCQ betrouwbaar is en een groot aantal gezondheid- en organisatie relevante uitkomsten voorspelt (zie bijvoorbeeld Wright 2009; Van der Doef en Maes, 1999). Door Houtman (1995) is de JCQ in het Nederlands vertaald en gevalideerd.  

Taal- en cultuurgevoelig
Choi et al, 2009 deden onderzoek naar het bestaan van mogelijke interpretatieverschillen binnen de JCQ-items als gevolg van verschillen in betekenisgeving door taal of cultuur. Zij tonen in hun onderzoek dat de JCQ taal- en culturele gevoeligheden kent met mogelijk impact op de interpretatie van het resultaat. Bij onderlinge vergelijking van JCQ-resultaten, in ieder geval binnen Europa, dient hier rekening mee gehouden te worden. De culturele gevoeligheid lijkt zelfs een rol te spelen bij vergelijking van JCQ-itemresultaten in dezelfde taal (Nederland - Vlaams) maar afgenomen in verschillende streken (Leidse, Gentse, Brusselse lijsten).

Verkrijgbaarheid
De Nederlandstalige JCQ is verkrijgbaar bij Irene Houtman.
Meer informatie en voor andere vertalingen van de JCQ: www.jcqcenter.org 

Bronnen 

  • BongKyoo Choi, Jakob Blue Bjorner, Per-Olof Ostergren, Els Clays, Irene Houtman, Laura Punnett, Annika Rosengren, Dirk De Bacquer, Marco Ferrario, Maaike Bilau, and Robert Karasek. “Cross-Language Differential Item Functioning of the Job Content Questionnaire Among European Countries: The JACE Study” 2009, Int J Behav Med. June; 16(2): 136–147. Published online 2009 July 3
  • B. J. Wright. PhD, “Comparing the Job Strain and Job Demand-Control-Support Models in Direct-Care Disability Workers: Support for Support” Journal of Occupational and Environmental Medicine: March 2008 - Volume 50 - Issue 3 - pp 316-323
  • Karasek, Robert; Brisson, Chantal; Kawakami, Norito; Houtman, Irene; Bongers, Paulien; Amick, Benjamin." The Job Content Questionnaire (JCQ): An instrument for internationally comparative assessments of psychosocial job characteristics" Journal of Occupational Health Psychology. Vol 3(4), Oct 1998, 322-355.
  • van der Doef, Margot & Maes, Stan. The Job Demand-Control (-Support) model and psychological well-being: A review of 20 years of empirical research. Work and Stress. Apr-Jun 1999; Vol 13 (2): 87-114
  • Houtman I. Reliability and validity of the Dutch version of the Karasek Job Content Questionnaire. NIOSH/APA conference on stress, work and health. Washington, DC: APA, 1995.


update ML&KN 3 augustus 2009

Your rating: Geen Average: 5 (1 vote)

Job Stress Survey (JSS)

De Job Stress Survey (JSS) is ontwikkeld door Spielberger en Vagg (1998) en vertaald door De Wolff e.a. 2002. Het doel van de JSS is het signaleren van bronnen van werkstress. De JSS meet de ervaren intensiteit van 30 bronnen van werkgerelateerde stress gerelateerd aan:

  • werkdruk en
  • sociale steun

Zowel een intensiteit en een frequentiescore van de twee schalen kunnen worden berekend. Uit onderzoek blijkt dat de schalen betrouwbaar zijn. (zie ook Hurrell e.a. 1998) De JSS is verkrijgbaar bij Pearson


update sept 2009 ml

No votes yet

Spanningsmeter

Beschrijving
De Spanningsmeter (Evers e.a., 2000) is de Nederlandse vertaling en aanpassing van de Engelstalige Occupational Stress Indicator (zie bijvoorbeeld Hurrell e.a., 1998). De Spanningsmeter meet stressbronnen intrinsiek aan:

  • de inhoud van het werk, bijvoorbeeld eentonig werk (8 uitspraken)
  • de rol van de organisatie, bijvoorbeeld tegenstrijdige taakeisen (8 uitspraken)
  • relaties met anderen, bijvoorbeeld conflicten met collega's (8 uitspraken)
  • de structuur van de organisatie, bijvoorbeeld de mate van inspraak (8 uitspraken)
  • het klimaat van de organisatie (8 uitspraken)
  • de afstemming tussen werk- en thuis (8 uitspraken)

De Spanningsmeter is betrouwbaar en valide bevonden in de Nederlandse beroepsbevolking (Evers e.a., 2000).

Scoring en normering
Werknemers geven voor iedere uitspraak aan in welke mate zij het hiermee eens of oneens zijn. Voor individueel gebruik zijn normtabellen beschikbaar (voor alle schalen, normen in de vorm van stanines) gebaseerd op de scores van werknemers van 7 organisaties (n  = 1.409). Voor groepsvergelijkend onderzoek zijn gemiddeldes en standaarddeviaties van deze groep beschikbaar.

Bruikbaarheid in de praktijk
De Spanningsmeter is een geschikt instrument om beslissingen binnen organisaties te nemen over de management van werkstress. Het instrument biedt namelijk concrete aanknopingspunten voor interventies. Daarnaast kan de Spanningsmeter gebruikt worden voor de evaluatie van interventies gericht op de reductie van werkstress(gevolgen).

Verkrijgbaarheid
De Spanningsmeter is verkrijgbaar bij dr. Arne Evers.

update sept 2009 ml

 

No votes yet

Vragenlijst Beleving en Beoordeling van de Arbeid (VBBA)

De VBBA is een populair instrument in de Arbopraktijk. De volgende werkkenmerken kunnen met de VBBA worden gemeten:

  • werktempo en werkhoeveelheid
  • emotionele belasting
  • lichamelijke inspanning
  • afwisseling in het werk
  • leermogelijkheden
  • zelfstandigheid
  • geestelijke belasting
  • relatie met collega's
  • relatie met direct leidinggevende
  • inspraak
  • problemen met de taak
  • onduidelijkheid over de taak
  • veranderingen in de taak
  • informatie
  • communicatie
  • contactmogelijkheden

Schalen van de VBBA zijn in diverse onderzoeken gebruikt. De schalen blijken betrouwbaar te zijn en organisatierelevante uitkomsten zoals verzuim en verloop te voorspellen. De VBBA wordt uitgegeven en verwerkt door SKB Vragenlijst Services. In heeft het SKB de VBBA verwerkt in hun Monitor@Work.
Wetenschappelijke informatie over de Monitor@Work is bij SKB op te vragen.

update sept 2009 ml
 

 

No votes yet

Workaholisme schaal (WART)

Beschrijving

De Nederlandse Workaholisme schaal is een door Taris e.a. (2003) vertaalde versie van de Work Addiction Risk Test (Robinson & Philips, 1995). De Nederlandse WART bestaat uit 25 uitspraken die betrekking hebben op 5 aspecten van werkverslaving.

  • dwangmatig gedrag (9 uitspraken "op mijn werk zet ik mezelf onder druk door mezelf deadlines op te leggen")
  • controlebehoefte (7 uitspraken "ik word ongeduldig als ik op anderen moet wachten of als iets me te lang duurt")
  • onvermogen om te delegeren (1 uitspraak "ik doe de dingen meestal liever zelf dan dat ik anderen om hulp vraag")
  • in zichzelf opgaan/communicatieproblemen (5 uitspraken "ik stop meer tijd en energie in mijn werk dan in mijn relaties met mijn vrienden en dierbaren")
  • resultaatgerichtheid (2 uitspraken "het is belangrijk voor me om de concrete resultaten te zien van hetgeen ik aan het doen ben")

Scoring en normering

Een werknemer wordt gevraagd aan te geven in welke mate hij of zij het eens of oneens is met de betreffende uitspraak. Opsomming van de scores op de 25 uitspraken resulteert in een workaholism totaal schaal score. Er zijn, in beperkte mate, normen voor de Nederlandse WART beschikbaar.

Onderzoek

Door Taris e.a. is de betrouwbaarheid (interne consistentie) en validiteit van de Workaholisme schaal onderzocht. De betrouwbaarheid van de totale schaal evenals de schalen "dwangmatige gedrag" en "controle" blijkt goed of acceptabel te zijn. De betrouwbaarheid van de schalen "communicatieproblemen/in zichzelf opgaan" en "resultaatgerichtheid" is laag. De schaal "onvermogen om te delegeren" bestaat uit een uitspraak waardoor geen interne consistentie betrouwbaarheidsindicator kan worden berekend. Onderzoek van Taris e.a. (2003) toont verder aan dat de Nederlandse WART psychische vermoeidheid voorspelt.

Praktische bruikbaarheid

Gezien (1) de positieve psychometrische eigenschappen van de Nederlandse WART en (2) de bevinding dat werkverslaving het risico op burnout en het risico op terugval na burnout vergroot, lijkt de Nederlandse WART een relevant instrument voor de Arbozorg. In groepen kan de WART worden gebruikt om werknemers die een verhoogd risico lopen om op te branden, te herkennen. Op individueel niveau kan de WART de bedrijfsarts ondersteunen in het stellen van de probleemdiagnose (o.a. herkennen of bevestigen van oorzaken van het verzuim, belemmeringen voor werkhervatting en risico's voor terugval na herstel).

Verkrijgbaarheid

De Nederlandse WART is verkrijgbaar bij Dr. Toon Taris.

No votes yet